In moderne ziekenhuizen gaat er achter de schermen bijna net zoveel om data als om dokters. Afspraken, medicatie, verslagen en operatieplanningen hangen aan systemen die dag en nacht moeten draaien. Als daar iets misloopt, voel je dat meteen op de gangen.

Dat werd deze week pijnlijk duidelijk in Vlaanderen, waar twee ziekenhuizen plots hun werking moesten aanpassen. Niet door een patiëntenpiek of een tekort aan personeel, maar door een technisch probleem op een locatie die ver buiten de ziekenhuismuren ligt.
Wat er aan de hand was
Het Universitair Ziekenhuis Antwerpen (UZA) en AZ Sint-Lucas in Gent kregen te maken met uitval van een server in Parijs. Door oververhitting viel een cruciaal onderdeel van hun IT-omgeving weg, met gevolgen voor de dagelijkse zorgplanning.
Op die getroffen server draait het elektronisch patiëntendossier (EPD), het digitale hart van het ziekenhuis. Dat systeem bevat niet alleen medische informatie, maar ook praktische processen zoals planning, registraties en het klaarzetten van gegevens bij ingrepen.
Impact op de zorg in Antwerpen en Gent
Bij het UZA betekende de storing dat een deel van de zorg tijdelijk moest worden uitgesteld. Spoedgevallen en dringende ingrepen gingen wel door, maar raadplegingen, geplande opnames en geplande ingrepen liepen vertraging op of werden verplaatst.
In Gent ging AZ Sint-Lucas nog een stap verder: daar werden op het moment van de storing geen operaties uitgevoerd. Spoedgevallen werden omgeleid naar andere ziekenhuizen, terwijl geplande ingrepen naar een later tijdstip zijn verschoven.
Welke zorg wel bleef doorgaan
Een IT-storing legt niet automatisch alles stil, maar ze dwingt teams wel om keuzes te maken. Beide ziekenhuizen gaven aan dat bepaalde behandelingen, waar mogelijk, toch konden blijven doorgaan ondanks de problemen met het EPD.
Zo bleven onder meer consultaties, chemotherapie, nierdialyse en PET-CT-scans doorgaan. Dat klinkt geruststellend, maar ook bij die zorg is een digitaal dossier handig: zonder vlotte toegang tot info moeten teams vaker terugvallen op noodprocedures.
Herstel en communicatie naar patiënten
Volgens het UZA was de koeling in Parijs intussen hersteld en werd gestart met het opnieuw opstarten van de systemen. Het ziekenhuis sprak de hoop uit om binnen enkele uren weer normaal operationeel te zijn, zodra alles stabiel draait.
Beide ziekenhuizen benadrukten dat patiënten persoonlijk geïnformeerd worden over uitstel of hinder. In de praktijk gaat het dan om telefoontjes, berichten of aangepaste afspraken, zodat mensen niet onnodig naar het ziekenhuis komen voor iets dat niet kan doorgaan.
Discussie over redundantie en ‘single points of failure’
De storing leidde online tot een fel debat: hoe kan het dat een probleem met koeling in een datacenter zoveel zorgprocessen raakt? Sommige reacties benadrukken dat het om een koelingsprobleem ging waardoor servers uitvielen, niet per se één losse server.
Anderen vinden het onacceptabel dat kritieke zorgsystemen niet beter zijn afgeschermd tegen uitval. Daarbij valt vaak de term ‘single point of failure’: één onderdeel (zoals een hoofd-database) dat, als het faalt, meteen een kettingreactie veroorzaakt.

Waarom failover niet altijd vanzelfsprekend is
In theorie bestaan er oplossingen: redundante servers, automatische failover naar een tweede locatie, of een back-updatacenter dat meteen kan overnemen. Alleen is “in theorie” hier het sleutelwoord, want zulke opstellingen zijn complex en duur.
Een EPD draait bovendien niet als een simpele website. Alles moet consistent blijven: je wil niet dat twee systemen tegelijk verschillende versies van patiëntgegevens bijhouden. Dat vraagt stevige architectuur, testen en strikte procedures, zeker in een omgeving waar elke seconde telt.
De rol van externe leveranciers en datacenters
Dat de server in Parijs stond, wijst op hosting via een externe leverancier of een datacenteromgeving buiten het ziekenhuis zelf. Dat is niet uitzonderlijk: veel organisaties kiezen voor gespecialiseerde partijen die infrastructuur, beveiliging en onderhoud aanbieden.
Tegelijk betekent het dat ziekenhuizen minder directe controle hebben over fysieke zaken zoals koeling, stroomvoorziening en lokale incidentafhandeling. Als er daar iets misloopt, is de impact meteen voelbaar in de zorg, maar de knop zit niet in eigen handen.
Wat dit betekent voor patiënten en planning
Voor patiënten is uitstel vooral frustrerend en soms ronduit ingrijpend. Een geplande operatie is vaak het eindpunt van weken of maanden wachten, onderzoeken en voorbereidingen. Als zoiets verschuift, schuift de stress meestal vrolijk mee.
Daarnaast werkt een ziekenhuis als een strak schema: OK-zalen, anesthesie, verpleegkundigen en bedden zijn gepland als dominostenen. Als je één dag moet herplannen, werkt dat door in de dagen erna, met een risico op extra wachttijden.

Digitale zorg is ook infrastructuur
De gebeurtenis onderstreept hoe afhankelijk zorg geworden is van IT. Het EPD is geen ‘handig systeem erbij’ meer, maar een basisvoorziening. Als het wegvalt, wordt alles trager, omslachtiger en foutgevoeliger, hoe hard teams ook hun best doen.
De discussie over redundantie en noodscenario’s zal daarom blijven terugkomen: hoeveel beschikbaarheid is genoeg, wat mag het kosten, en hoe organiseer je dat bij leveranciers? Ondertussen blijft de eerste prioriteit hetzelfde: veilige zorg, ondanks de omstandigheden.
Wat vind jij: moeten ziekenhuizen altijd een volledig noodscenario klaar hebben staan voor dit soort uitval, of is 100% zekerheid simpelweg onbetaalbaar? Praat mee en laat je reactie achter op onze sociale media.
Bron: tweakers.net












