In Utrecht en omgeving gaat het de laatste weken opvallend vaak over muggen. Niet omdat ze extra irritant zoemen, maar omdat er opnieuw signalen zijn dat het westnijlvirus rondgaat. En dat nieuws kreeg nu een zware lading.

Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) meldt namelijk dat in de provincie Utrecht iemand is overleden na een besmetting met het westnijlvirus. De persoon liep het virus in Nederland op en overleed later in het ziekenhuis.
Een zeldzame infectie met grote impact
Het RIVM houdt de persoonlijke gegevens van de overleden patiënt bewust buiten beeld. Dat is bedoeld om de privacy van het slachtoffer en de nabestaanden te beschermen. Wel is bevestigd dat de besmetting lokaal is opgelopen.
Die ene zin – “in Nederland opgelopen” – maakt dit nieuws extra betekenisvol. Het gaat niet om een reiziger die het virus meenam uit het buitenland. Dit is een signaal dat het virus hier weer actief is.
Meerdere meldingen in 2026 en artsen extra alert
Volgens het RIVM zijn er in 2026 inmiddels drie meldingen van mensen die waarschijnlijk in Nederland besmet zijn geraakt. Niet iedere melding is al honderd procent rond; een deel wordt nog onderzocht om zeker te weten waar de besmetting is opgelopen.
Juist daarom is aan artsen gevraagd om extra scherp te zijn, vooral bij patiënten met klachten die passen bij het virus. Tegelijk benadrukt het RIVM dat het risico voor de meeste Nederlanders nog steeds erg klein is.
Geen verband met de besmette bloeddonor uit Utrecht
Eerder deze maand werd al bekend dat een bloeddonor uit Utrecht het westnijlvirus had. Opvallend daarbij: de donor was kort ervoor niet in het buitenland geweest. Dat wees er al op dat de besmetting in Nederland moet zijn ontstaan.
Het RIVM zegt nu expliciet dat de overleden patiënt niet dezelfde persoon is als deze bloeddonor. Dat betekent dat er meerdere losse besmettingen spelen, en dus dat het virus waarschijnlijk breder rondgaat dan één incident.
Minstens één patiënt ligt nog in het ziekenhuis
Naast de meldingen die het RIVM noemt, meldt de NOS dat er ook nog minstens één besmette patiënt in het ziekenhuis ligt. Over de toestand van die persoon worden geen details gedeeld, wat gebruikelijk is bij dit soort medische situaties.
LEES OOK:Dion (14) vecht voor zijn leven op de ic na hartverscheurende mishandeling bij zwembad
Ook andere mogelijke besmettingen worden nog onderzocht. Dat is belangrijk, omdat een melding niet automatisch betekent dat iemand het virus in Nederland heeft opgelopen. Onderzoekers kijken bijvoorbeeld naar reisbewegingen en het moment waarop klachten begonnen.
Zo verspreidt het westnijlvirus zich
Het westnijlvirus wordt vooral verspreid via vogels en muggen. Besmette vogels vormen een soort ‘tussenstation’: muggen kunnen het virus oppikken als ze bloed zuigen bij zo’n vogel.
Als diezelfde mug later een mens of dier steekt, kan het virus worden overgedragen. Mensen kunnen elkaar niet rechtstreeks besmetten. Ook paarden verspreiden het virus niet door naar andere dieren of mensen.
Virus ook gevonden bij vogels en paarden
De signalen komen dit jaar niet alleen uit Utrecht. Het virus is ook vastgesteld in Noord-Brabant en Zuid-Holland. Dat wijst erop dat het niet om één klein gebied gaat, maar om meerdere plekken waar het virus opduikt.
Begin augustus werd bijvoorbeeld in Zuid-Holland een besmet paard gevonden en testte ook een vogel daar positief. In Utrecht werd bovendien een jonge vogel gevangen die het virus bij zich droeg. Zulke vondsten helpen experts om de verspreiding te volgen.
Waarom het juist in warme maanden opduikt
Westnijlvirus is typisch een “zomervirus”. In warme maanden zijn muggen actiever en zijn mensen vaker buiten, vooral in de avond. Dat vergroot simpelweg de kans dat iemand wordt gestoken door een besmette mug.
Stilstaand water helpt ook niet mee. Daar leggen muggen graag eitjes in: een emmer, regenton, bloempot of verstopte dakgoot kan al genoeg zijn. Kleine dingen, maar opgeteld kunnen ze het muggenseizoen verlengen.
De meeste mensen merken er weinig van
Een besmetting klinkt heftig, maar leidt lang niet altijd tot duidelijke ziekte. Het RIVM schat dat ongeveer 80 procent van de besmette mensen helemaal geen klachten krijgt. Veel infecties blijven daardoor waarschijnlijk onopgemerkt.
Ongeveer 19 procent krijgt wél symptomen, vaak vergelijkbaar met een griep: koorts, hoofdpijn, spierpijn en vermoeidheid. Soms komt er ook huiduitslag bij kijken. In de meeste gevallen verdwijnen deze klachten vanzelf.

Bij een kleine groep kan het ernstig worden
Bij ongeveer 1 procent van de besmettingen kan het virus neurologische klachten geven. Dan gaat het bijvoorbeeld om ontstekingen in de hersenen of hersenvliezen. Dat zijn situaties waarbij snelle medische hulp cruciaal is.
Vooral ouderen lopen meer risico op een ernstig verloop, met name mensen boven de 50 jaar. Ook mensen met een verminderde weerstand zijn kwetsbaarder. In ernstige gevallen is ziekenhuisopname nodig en heel soms loopt het fataal af.
LEES OOK:Verschrikkelijk drama op de tribune bij dierenpark
Moeten we ons zorgen maken?
Het RIVM probeert vooral de balans te bewaren: wel alert zijn, maar geen paniek. De kans om het westnijlvirus in Nederland op te lopen is klein, en de kans om er ernstig ziek van te worden is nog kleiner.
Toch is extra oplettendheid logisch nu er meerdere signalen tegelijk zijn. Artsen krijgen het advies om, zeker bij onverklaarde neurologische klachten, het westnijlvirus mee te nemen in hun onderzoek—ook als iemand niet op reis is geweest.
Wat je zelf kunt doen tegen muggenbeten
Helemaal voorkomen kun je het niet, maar je kunt de kans op muggenbeten wel verminderen. Denk aan bedekkende kleding in de avond, vooral bij armen en benen, en het gebruik van een geschikt muggenwerend middel.
Daarnaast helpt het om broedplekken rond het huis weg te nemen: leeg emmers, ververst water in schotels en let op regentonnen. Een hor voor ramen en deuren kan ook schelen, zeker tijdens warme avonden.
Het virus was eerder al eens terug in Nederland
Westnijlvirus is niet compleet nieuw hier. In 2020 werden voor het eerst mensen gevonden die het virus in Nederland hadden opgelopen, ook toen in de regio Utrecht. Daarna bleef het jarenlang stil rond lokale menselijke besmettingen.
Dat het nu opnieuw opduikt, betekent niet automatisch dat Nederland op een grote uitbraak afstevent. Maar het laat wel zien dat het virus weer circuleert en dat monitoring – bij mensen én dieren – de komende periode belangrijk blijft.
Een ernstige ontwikkeling, met een duidelijke les
Het overlijden in Utrecht onderstreept dat een zeldzaam virus toch ineens dichtbij kan komen. Tegelijk blijft het voor de meeste mensen een ver-van-mijn-bedverhaal: de kans op besmetting is klein en de meeste infecties verlopen mild.
Juist daarom is het verstandig om nuchter te blijven én de praktische dingen te doen die helpen. Volg eventueel lokale adviezen, bescherm je tegen muggen en trek aan de bel bij ernstige klachten. Laat ons ook weten wat jij ervan vindt: reageer je op onze sociale media?
Bron: infovandaag.nl










