Voor veel gezinnen met twee inkomens voelt 2027 straks niet als één grote klap, maar als een reeks kleine tikjes die samen ineens wél hard aankomen. Niet omdat alles instort, maar omdat meerdere regelingen tegelijk net iets minder meewerken.
Wat het extra lastig maakt: je merkt het vaak pas wanneer je de bedragen naast elkaar zet. En juist huishoudens die ‘het prima doen’, maar ook hoge vaste lasten hebben, kunnen daardoor onaangenaam verrast worden.
Waarom 2027 voor gezinnen een kantelpunt kan worden
De overheid helpt werkende ouders al jaren via een mix van belastingkortingen en toeslagen. Het idee daarachter is simpel: werken moet lonen en kinderopvang mag geen onneembare drempel zijn.
In 2027 verandert de afstelling van dat systeem. Niet met één spectaculaire maatregel, maar via meerdere schuiven tegelijk. En precies die optelsom maakt dat sommige tweeverdieners met kinderen er merkbaar op achteruitgaan.
De groep die het vaak als eerste voelt
Tweeverdieners vallen geregeld tussen wal en schip. Het gezamenlijke inkomen is vaak net te hoog voor de maximale toeslagen, terwijl de kosten juist hoger liggen omdat beide ouders werken en opvang meestal noodzakelijk is.
Daar komt bij dat veel regelingen een afbouw kennen: hoe meer je verdient, hoe sneller je rechten dalen. Daardoor kan een inkomensstijging op papier positief lijken, maar in de praktijk nauwelijks extra ruimte geven.
Drie wijzigingen die tegelijk gaan spelen
Het gaat vooral om drie onderdelen die in 2027 minder gunstig uitpakken: de inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK), het kindgebonden budget en het tempo waarmee de kinderopvangtoeslag verder wordt verbeterd.
Los bekeken kun je ze nog ‘behappen’. Maar samen kunnen ze in één jaar tijd al richting honderden euro’s schelen, zeker bij gezinnen met meerdere opvangdagen en een inkomen boven de middenmoot.
Iack: een belastingvoordeel dat langzaam verdwijnt
De IACK is een belastingkorting voor werkende ouders met jonge kinderen. In veel tweeverdienersgezinnen komt die korting vooral terecht bij de minstverdienende partner, waardoor het netto maandbedrag merkbaar kan oplopen.
Vanaf 2027 wordt de IACK stap voor stap afgebouwd. In 2026 ligt het maximale voordeel rond 3.032 euro (prijspeil 2023). De afbouw gebeurt in negen stappen, met in 2027 een eerste daling van ongeveer 134 euro.
LEES OOK:LET OP: Belastingdienst niet blij met tanken over de grens en komt met deze maatregelen
Waarom die afbouw later juist zwaarder gaat tellen
Die eerste vermindering klinkt nog relatief beperkt, maar het tempo loopt daarna op. In de jaren na 2027 daalt het voordeel volgens de gepubliceerde lijnen met grofweg 320 euro per jaar, waardoor het effect steeds beter voelbaar wordt.
Uiteindelijk verdwijnt de IACK volledig in 2035. Dat betekent: geen plotselinge ‘nul’, maar wel jaarlijks wat minder netto, ook als je salaris gelijk blijft en je vaste lasten juist blijven doorlopen.
Kindgebonden budget: sneller omlaag boven 60.000 euro
Ook het kindgebonden budget wordt strenger afgebouwd voor hogere inkomens. De gedachte van het kabinet: de ondersteuning moet vooral terechtkomen bij lagere en middeninkomens, waardoor de afbouw voor hogere inkomens wordt aangescherpt.
Vanaf 2027 gaat het kindgebonden budget sneller omlaag bij inkomens boven 60.000 euro. Het afbouwpercentage zou stijgen met 4,3 procentpunt: naar 12,35% in 2027 en 12,80% in 2028.
Wat dat in euro’s kan betekenen
Het effect hangt af van je exacte situatie: aantal kinderen, leeftijd, opvang, en je toetsingsinkomen. Maar de richting is helder: hoe verder je boven die 60.000 euro komt, hoe sneller het kindgebonden budget slinkt.
Een tweeverdienersgezin met twee kinderen en een gezamenlijk inkomen van 75.000 euro kan hierdoor al snel enkele honderden euro’s per jaar minder ontvangen. Let wel: dit blijft onder voorbehoud van definitieve wetgeving.
Kinderopvangtoeslag: verbetering schuift op voor hogere inkomens
Dan is er nog de kinderopvangtoeslag. Eerder was voor 2027 extra budget gereserveerd om de vergoeding verder te verhogen. Een deel van die geplande verbetering wordt nu doorgeschoven in de tijd.
Concreet gaat het om 700 miljoen euro, waarvan 350 miljoen euro wordt uitgesteld. Voor inkomens tot ongeveer 56.000 euro verandert er weinig, omdat zij al rond het maximale vergoedingspercentage van 96% zitten.
Waarom dit vooral bij meerdere opvangdagen pijn doet
Voor hogere inkomens betekent dit niet meteen ‘minder toeslag’, maar wel: langer wachten op een hogere vergoeding waar eerder op werd gerekend. En bij twee, drie of vier opvangdagen per week tikt dat snel aan.
Kinderopvang is voor veel tweeverdieners geen luxe, maar een randvoorwaarde om te kunnen werken. Als de vergoeding minder snel stijgt, blijft een groter deel van de rekening langer voor eigen rekening.
De optelsom: drie kleine schuiven worden één groot effect
De echte impact zit in de combinatie. Neem een gezin met twee kinderen en een gezamenlijk inkomen van 75.000 euro. Alleen al de eerste IACK-stap kan ongeveer 134 euro per jaar schelen.
Tel daarbij op: een sneller dalend kindgebonden budget (mogelijk honderden euro’s minder) én een langzamer verbeterende kinderopvangtoeslag. Dan kom je in 2027 al snel uit op een verschil van honderden euro’s.
LEES OOK:Heb jij dit bedrag op jouw rekening staan? Dan wordt je door banken als rijk beschouwd
Waarom gemiddelden weinig zeggen over jouw situatie
Op macroniveau oogt het soms beperkt. Het CPB raamt dat huishoudens met kinderen er in 2027 gemiddeld zo’n 0,2% op achteruitgaan, terwijl huishoudens zonder kinderen gemiddeld rond de 0,5% dalen.
Maar ‘gemiddeld’ is een gladgestreken woord. De ene familie gebruikt weinig opvang en krijgt relatief veel toeslagen, de andere zit net boven afbouwgrenzen en verliest juist op meerdere fronten tegelijk.
De grens van 60.000 euro wordt een gevoelig punt
Rond 60.000 euro ontstaat in de praktijk een knik. Boven die grens lever je sneller kindgebonden budget in, terwijl je vaak niet meer profiteert van de meest royale toeslagpercentages en verbeteringen.
Dat maakt deze inkomensgroep kwetsbaar voor koopkrachtschommelingen. Het inkomen is ‘net te hoog’ voor maximale ondersteuning, maar de kosten voor wonen, boodschappen, energie en opvang blijven stevig.
Wat je nu al kunt doen richting 2027
Het helpt om je situatie ruim op tijd te bekijken. Krijg je IACK? Hoeveel opvangdagen heb je? Zit je rond de 60.000 euro of daarboven? Dat zijn precies de vragen die bepalen waar het effect het grootst is.
Maak ook een scenario voor meerdere jaren, niet alleen voor 2027. De IACK wordt namelijk doorlopend afgebouwd, waardoor je financiële ruimte stap voor stap kan afnemen. Hoe kijk jij hiernaar? Laat het weten via onze sociale media.
Bron: plenaire.nl










