Het liefst blijf je natuurlijk zo lang mogelijk in je eigen huis wonen. Alles is bekend: je spullen, je routine, de buren die je groet en de supermarkt om de hoek. Maar soms schuift het leven langzaam (of ineens) een andere kant op, en is thuis simpelweg niet meer haalbaar.

Als je dag en nacht zorg of toezicht nodig hebt, kan een verpleeg- of verzorgingshuis rust geven. Je woont dan in een veilige omgeving waar hulp altijd dichtbij is. Alleen: daar hangt ook een prijskaartje aan. Welke kosten kun je verwachten, en hoe werkt die ‘eigen bijdrage’ precies?
Waarom een zorginstelling soms de beste optie is
Een verhuizing naar een zorginstelling komt meestal niet uit de lucht vallen. Het kan gaan om vergevorderde dementie, een lichamelijke beperking of een combinatie van klachten waardoor zelfstandig wonen niet meer veilig is.
In een verpleeg- of verzorgingshuis is er 24 uur per dag toezicht, ondersteuning bij dagelijkse handelingen en meestal ook maaltijden. Voor veel families voelt het als een moeilijke stap, maar ook als opluchting: er is continu professionele zorg beschikbaar.
Hoe de wlz de meeste kosten opvangt
De grootste financiële basis voor langdurige zorg komt uit de Wet langdurige zorg (Wlz). Die regeling is bedoeld voor mensen die blijvend intensieve zorg nodig hebben en niet meer zonder hulp of toezicht kunnen.
Dat betekent niet dat alles gratis is. Bij een verblijf in een instelling betaal je vrijwel altijd een eigen bijdrage. Die bijdrage is inkomensafhankelijk en wordt vastgesteld door het CAK (Centraal Administratiekantoor).
De eigen bijdrage: waarom iedereen iets betaalt
De overheid betaalt dus een groot deel, maar niet alles. Het idee is dat wie meer financiële ruimte heeft, ook meer bijdraagt. Hoe hoog jouw eigen bijdrage wordt, hangt af van inkomen én vermogen.
Belangrijk detail: het CAK kijkt naar je financiële situatie van twee jaar geleden. Dat kan vreemd voelen als je inkomen inmiddels is gedaald, bijvoorbeeld door pensionering of het wegvallen van een partnerinkomen.

Wat het cak precies doet (en wanneer je iets hoort)
Het CAK krijgt gegevens binnen via de Belastingdienst en rekent daarmee jouw maandbedrag uit. Je hoeft dit doorgaans niet zelf aan te vragen; zodra je in een instelling gaat wonen, volgt er automatisch bericht.
Er is dus geen ‘vaste prijs’ voor iedereen. Iemand met alleen AOW en weinig spaargeld betaalt meestal minder dan iemand met een aanvullend pensioen, beleggingen of een hoger vermogen.
Spaargeld en vermogen: wat telt wel en wat niet?
Je hoeft niet eerst je spaarrekening leeg te trekken om zorg te krijgen. Er bestaat geen maximum spaargeld om toegang te houden tot de Wlz-zorg. Wel telt vermogen mee bij het bepalen van de eigen bijdrage.
Er geldt een vrijstelling: een deel van het vermogen blijft buiten beschouwing. Rond 2026 ligt die grens op ongeveer €33.748 voor alleenstaanden en €67.496 voor partners. Alles daarboven kan het maandbedrag verhogen.
Lage en hoge bijdrage: dit verandert na vier maanden
De eerste vier maanden in een zorginstelling betaal je altijd de lage eigen bijdrage. Dat geeft wat lucht in de eerste periode, waarin er vaak toch al veel geregeld moet worden.
In 2026 ligt die lage bijdrage grofweg tussen €205 en €1.077 per maand, afhankelijk van inkomen en vermogen. Na vier maanden schakelt het CAK doorgaans automatisch door naar de hoge eigen bijdrage.
Hoe hoog kan de hoge eigen bijdrage worden?
De hoge eigen bijdrage kan oplopen tot ongeveer €2.954 per maand. Dat is flink, zeker als er nog vaste lasten doorlopen, zoals woonlasten omdat een koopwoning nog niet is verkocht.

Het uitgangspunt is dat je in een instelling minder ‘thuis-uitgaven’ hebt, zoals boodschappen. In de praktijk blijven er vaak kosten bestaan, zeker wanneer de partner nog thuis woont of wanneer er dubbele lasten zijn.
Extra kosten die je snel over het hoofd ziet
Naast de eigen bijdrage kun je te maken krijgen met allerlei bijkomende uitgaven. Denk aan kleding wassen, kapper, pedicure, persoonlijke verzorgingsproducten, kleine uitstapjes of activiteiten die buiten het basispakket vallen.
Ook verzekeringen kunnen blijven doorlopen, bijvoorbeeld voor persoonlijke spullen. En soms zijn er kosten voor aanvullende diensten die per instelling verschillen. Het loont dus om vooraf te vragen: wat is inbegrepen en wat niet?
Wlz-indicatie: zonder die kom je niet ‘structureel’ binnen
Om via de Wlz in een verpleeg- of verzorgingshuis te kunnen wonen, is een officiële Wlz-indicatie nodig. Die vraag je aan bij het CIZ (Centrum indicatiestelling zorg). Zonder indicatie is langdurige opname via Wlz niet mogelijk.
Het CIZ beoordeelt of je echt 24 uur per dag zorg of toezicht nodig hebt. Vaak wordt eerst gekeken of thuiszorg en mantelzorg nog genoeg kunnen opvangen. Pas als thuis niet meer verantwoord is, volgt de indicatie.
Wachtlijsten en hoe een opname soms toch ineens gebeurt
Zelfs met een indicatie is er niet altijd direct plek. In sommige regio’s zijn wachtlijsten, vooral als je een voorkeur hebt voor een specifieke locatie of voor een bepaalde vorm van zorg.
Soms komt opname plotseling, bijvoorbeeld na een val of een ziekenhuisopname. Daarom helpt het om op tijd met familie te praten over wensen: locatie, sfeer, geloof, specialistische zorg en wat er belangrijk voelt.
Als één partner verhuist: wat gebeurt er met de aow?
Wanneer één partner naar een zorginstelling verhuist en de ander thuis blijft wonen, verandert de situatie op papier minder dan mensen denken. Volgens de SVB blijf je in veel gevallen officieel samenwonend, met AOW voor gehuwden.

Je kunt soms kiezen voor de alleenstaande AOW (die hoger is), maar dat pakt niet altijd gunstig uit. Een hogere AOW kan namelijk leiden tot een hogere eigen bijdrage en invloed hebben op toeslagen.
Schenken of vermogen anders regelen: slim of juist risicovol?
Omdat vermogen meetelt, denken sommige mensen aan schenken aan (klein)kinderen om de eigen bijdrage te verlagen. Binnen de jaarlijkse vrijstellingen kan dat belastingvrij, maar het is niet altijd de beste route.
De berekening kijkt immers naar eerdere jaren, en je wilt ook financieel veilig blijven. Er bestaan ook juridische opties zoals een Wlz-clausule in een testament, maar dat is echt maatwerk en vraagt om deskundig advies.
Vooruitkijken voorkomt onrust (en dure verrassingen)
Verhuizen naar een verpleeg- of verzorgingshuis is emotioneel: je laat een vertrouwde plek los. Tegelijk geeft het vaak rust, omdat er altijd iemand in de buurt is en de zorg niet meer leunt op toeval of overbelasting.
Wie op tijd uitzoekt hoe de eigen bijdrage werkt en welke keuzes effect hebben op AOW, toeslagen en vermogen, voorkomt schrikmomenten. Praat erover met je naasten en deel je mening ook op onze sociale media: wat vind jij eerlijk?
Bron: infovandaag.nl
