Veel gepensioneerden zien dit jaar hun pensioen fors stijgen door invoering van het nieuwe pensioenstelsel. Ongeveer 1,4 miljoen mensen zijn al overgestapt en ontvangen gemiddeld dertien procent meer uitkering. Bij meerdere fondsen loopt de verhoging zelfs op tot twintig procent of meer. Die cijfers komen uit recente berekeningen van pensioenadviseur Aon. De uitkomsten zorgen voor opluchting na jaren van beperkte indexatie.
Aanbevolen Video
Scroll om verder te lezen.
Nieuw stelsel als motor
De stijgingen zijn mogelijk doordat het nieuwe pensioenstelsel anders omgaat met rendement en buffers. Fondsen kijken niet langer primair naar de dekkingsgraad, maar naar behaalde beleggingsresultaten.
Daardoor hoeven zij minder reserves aan te houden en kunnen zij meer uitkeren. Ook hogere rendementen op financiële markten droegen zichtbaar bij aan de verhogingen. Veel gepensioneerden ontvangen het extra pensioen per 1 april met terugwerkende kracht.
Grote verschillen tussen fondsen
De uiteindelijke stijging verschilt sterk per pensioenfonds en per sector. Vooral gepensioneerden uit de bouw en horeca profiteren opvallend sterk. Deze fondsen beschikken over relatief grote reserves binnen hun vermogens.
Dat geeft ruimte om de pensioenen sneller te verhogen dan elders. De verschillen onderstrepen dat overstappen naar het nieuwe stelsel uiteenlopende effecten heeft. Niet ieder fonds kon dezelfde mate van pensioen verhogen realiseren.
Uitschieters en verwachtingen
Volgens Aon kunnen deelnemers bij BPF Bouw en BPF Horeca rond twintig procent meer pensioen ontvangen. Ook andere grote fondsen laten substantiële stijgingen zien, zij het minder uitgesproken.

PFZW, met ongeveer zeshonderdduizend gepensioneerden, verwacht stijgingen tussen zeven en tien procent. Deze verhogingen waren eerder al aangekondigd bij de overgang naar het nieuwe stelsel. De omvang onderstreept het belang van rendement binnen het huidige pensioenstelsel.
Verhogingen bij grote fondsen
Ook ABP voert een verhoging door en verhoogt de pensioenen met precies 2,84 procent. Het fonds beheert pensioenen van onder meer ambtenaren en leraren. Andere fondsen volgen met uiteenlopende percentages, afhankelijk van hun financiële positie.
BPL Pensioen verhoogt alle uitkeringen met 3,2 procent. Het fonds voor UWV-medewerkers kiest voor 3,25 procent bij werknemers en 3,16 procent bij gepensioneerden. Thales Pensioenfonds en Pensioenfonds Notariaat blijven beperkt met 2,82 en 0,57 procent.
Aantal overstappen groeit
Inmiddels zijn vierentwintig pensioenfondsen overgestapt naar het nieuwe pensioenstelsel. Voor de recente analyse keek Aon naar de twaalf grootste fondsen binnen deze groep.
Samen vertegenwoordigen zij een groot deel van alle gepensioneerden in Nederland. De cijfers geven daarmee een breed beeld van de eerste effecten. Latere overstappen kunnen andere uitkomsten laten zien. Toch bieden deze resultaten belangrijke inzichten voor het verdere verloop van pensioen verhogen.

Meevaller met kanttekeningen
De forse meevaller wordt grotendeels als eenmalig gezien door betrokken experts. Voor 2027 worden vergelijkbare stijgingen voorlopig niet verwacht. Binnen het nieuwe stelsel mogen fondsen meer beleggingsrisico nemen.
Dat kan hogere opbrengsten opleveren, maar ook sneller tot verlagingen leiden. Schommelingen in uitkeringen horen daardoor nadrukkelijk bij het systeem. Deze dynamiek vraagt om realistische verwachtingen bij gepensioneerden en hun financiële planning.
Let op toeslagen
Het Nibud adviseert gepensioneerden alert te blijven op gevolgen van een hoger inkomen. Een stijgend pensioen kan invloed hebben op toeslagen zoals huurtoeslag en zorgtoeslag. Volgens het instituut verliezen de meeste mensen hierdoor niet direct hun rechten.
Individuele situaties kunnen echter veranderen door persoonlijke inkomensgrenzen. Daarom blijft het raadzaam veranderingen tijdig te controleren en zo nodig advies in te winnen.










