Koningin Máxima is deze week onderwerp van stevige kritiek vanuit Telegraaf-kringen. Aanleiding vormt haar prominente rol in een kersteditie van Volkskrant Magazine, waarin zij lezers rondleidt door de Koninklijke Verzamelingen. Het optreden, bedoeld als culturele verdieping, valt bij columnist Mark Koster slecht. Hij typeert het geheel als zelfgericht en prikkelend, waarmee een nieuwe mediarel rond het koningshuis ontstaat.
Aanbevolen Video
Scroll om verder te lezen.
Gids door koninklijk erfgoed
In het uitgebreide magazineverhaal treedt Máxima op als een soort curator-in-chief van het koninklijk bezit. Ze leidt lezers langs kunst, mode, fotografie en historische objecten van het Huis Oranje-Nassau.
De collectie bestaat tweehonderd jaar en wordt grotendeels bewaard op Paleis Noordeinde. De stukken zijn verspreid zichtbaar in musea door Nederland. Voor de krant was het interview bijzonder, omdat een eerdere aanvraag anderhalf jaar bleef liggen.
Máxima als middelpunt
Volgens Koster raakt het artikel de kern van het erfgoed uit het oog door Máxima centraal te plaatsen. Hij stelt dat het verhaal meer over haar gaat dan over de collectie. Op X reageert hij scherp en beschrijft hij zijn irritatie openlijk.
“Máxima die zichzelf centraal stelt in de kunstcollectie van de koninklijke familie en een foto van haar oog met daarin Erwin Olaf die haar fotografeert”, schrijft hij cynisch. Die observatie vormt de basis van zijn kritiek.

Het portret in het portret
De discussie spitst zich toe op een werk van fotograaf Erwin Olaf, die in opdracht van het hof portretten maakte. Máxima bespreekt daarin een detail van haar eigen portret. Ze zegt: “Dit is een detail van het portret dat hij van mij maakte.
Het detail zoomt in op mijn oog, waarin Olaf zelf weerspiegeld wordt. Een portret in een portret; een foto van hem aan het werk gezien door mijn oog. Terwijl mijn portret natuurlijk een foto van mij door zijn oog is. It’s all in the eye of the beholder, elk portret is perceptie.”
Sneer met BN’er-vergelijking
Voor Koster gaat deze toelichting te ver en roept zij associaties op met zelfverheerlijking. Hij vergelijkt het moment met bekende mediapersoonlijkheden die vooral zichzelf etaleren.

Daarbij haalt hij Sylvie Meis aan als referentiepunt. Zijn oordeel vat hij scherp samen met de woorden: “Me, myself en mensen die míj vastleggen. Geen Sylvie Meis, maar wel tikje.” Daarmee krijgt het culturele initiatief een onverwachte bijsmaak.










