Wie de afgelopen jaren een pakje sigaretten bij de kassa afgerekend heeft, merkte het meteen: roken is in Nederland in rap tempo een luxe geworden. Toch blijkt nu dat die steeds hogere prijzen niet automatisch zorgen voor een vollere schatkist. Integendeel zelfs.

Nieuwe cijfers van het CBS laten zien dat de opbrengst uit tabaksaccijns in 2025 flink is teruggelopen. Dat is opvallend, omdat de overheid juist stevig aan de prijsknoppen heeft gedraaid om roken te ontmoedigen en gezondheidswinst te boeken.
Minder geld, ondanks hogere prijzen
De Nederlandse overheid ontving in 2025 nog 2,6 miljard euro aan tabaksaccijns. Dat is 15 procent minder dan in 2024 en bijna een vijfde lager dan in 2023, het jaar waarin de inkomsten juist piekten op 3,1 miljard euro.
Op papier klinkt dat tegenstrijdig: als tabak duurder wordt, zou je verwachten dat de belastingopbrengst in elk geval niet meteen daalt. Maar de praktijk laat zien dat prijsverhogingen ook ander gedrag losmaken dan alleen “minder kopen”.
Accijns omhoog: zo hard ging het
De afgelopen jaren hebben rokers meerdere verhogingen voor de kiezen gekregen. Het minimumtarief op sigaretten is sinds begin 2020 verdubbeld naar 390,42 euro per duizend stuks, wat neerkomt op 7,81 euro accijns per pakje van twintig.
Bij rooktabak ging het zelfs nog harder. In dezelfde periode werd de accijns daarop verdrievoudigd. Het doel was helder: tabak minder aantrekkelijk maken, zeker voor jongeren en mensen die proberen te stoppen.
Waarom de schatkist toch minder ontvangt
Volgens het CBS zijn er twee grote verklaringen voor de lagere opbrengst. Ten eerste roken er simpelweg minder mensen. Daarmee daalt het totale volume dat in Nederland wordt verkocht, en dus ook het bedrag dat via accijnzen binnenkomt.
Ten tweede wijken rokers vaker uit naar het buitenland. Sigaretten en shag worden over de grens gekocht en dat levert de Nederlandse schatkist niets op. Die “grensboodschappen” blijken inmiddels allesbehalve een uitzondering.

Sigaretten blijven de grootste melkkoe
Hoewel er allerlei tabaksproducten bestaan, komt het geld nog altijd vooral uit één hoek. Ruim 80 procent van de tabaksaccijns is afkomstig van sigaretten, blijkt uit cijfers van de Belastingdienst.
Rooktabak (shag) vormt het grootste deel van de rest. Sigaren spelen financieel nauwelijks een rol: ongeveer 1 procent van de totale opbrengst. Als sigarettenverkoop daalt, voel je dat dus direct in de inkomsten.
Het antirookbeleid en de ambitie voor 2040
De hogere tarieven passen in het bredere antirookbeleid van de overheid. In het Nationaal Preventieakkoord is afgesproken toe te werken naar een rookvrije generatie in 2040: maximaal 5 procent van de volwassenen rookt dan nog.
Voor jongeren is de lat nog strenger: het idee is dat zij idealiter helemaal niet meer beginnen met roken. Accijnsverhogingen zijn daarbij een belangrijk hulpmiddel, omdat prijs een van de sterkste prikkels is om te minderen of te stoppen.
Steeds meer rokers kopen over de grens
Juist bij die prijsprikkel ontstaat nu een bijeffect dat steeds duidelijker wordt. In 2024 zei ongeveer 12 procent van de rokers van 18 jaar of ouder dat zij tabaksproducten vaak of altijd in het buitenland kopen.
Ter vergelijking: in 2020 was dat nog 5 procent. En het blijft niet bij vaste grensshoppers. In 2024 gaf 42 procent aan dit één of een paar keer per jaar te doen, tegenover 26 procent in 2020.
Onderzoek bevestigt het grens-effect
Die verschuiving sluit aan bij eerder onderzoek van het RIVM. Daarin werd ook gezien dat het aandeel rookwaar uit het buitenland flink is gestegen, vooral bij mensen die dicht bij de grens wonen.
Dat is logisch: een tripje naar Duitsland of België is voor veel Nederlanders snel gemaakt. Als het prijsverschil groot genoeg is, wordt tabak een “meeneemartikel”, net als brandstof of sommige boodschappen.

Het aantal rokers daalt wél
Tegelijk is er ook goed nieuws voor de volksgezondheid. Het aantal rokers gaat al jaren omlaag. In 2015 gaf nog ongeveer een kwart van de mensen van 12 jaar of ouder aan soms te roken.
In 2025 was dat teruggelopen naar ongeveer een zesde. Dat is een flinke daling in tien jaar tijd, en het laat zien dat de combinatie van maatregelen — waaronder hogere prijzen — invloed heeft op gedrag.
Vooral dagelijks roken neemt af
De daling zit vooral bij dagelijkse rokers. Dat aandeel zakte van 18,2 procent in 2015 naar 11,5 procent in 2025. Niet-dagelijkse rokers blijven al jaren relatief stabiel rond de 5 tot 6 procent.
Ook oudere cijfers van CBS, RIVM en Trimbos lieten al zien dat het aandeel rokers onder volwassenen daalt. In 2024 rookte 18,2 procent van de volwassenen, tegen 26,3 procent in 2015.
Het doel is nog ver weg
Toch is 2040 nog niet “binnen”. Met de huidige percentages is de stap naar maximaal 5 procent volwassen rokers groot. Dat betekent dat het beleid waarschijnlijk blijft aanscherpen, of dat er nieuwe maatregelen nodig zijn.
Maar ondertussen ontstaat een spanningsveld: als meer aankopen naar het buitenland verschuiven, kan de overheid wel sturen op gezondheid, maar tegelijk minder accijns ontvangen. Dat maakt de opbrengst minder voorspelbaar.
De uitkomst: duurder, minder opbrengst
Onder de streep komt het neer op een heldere conclusie. Hogere accijnzen hebben tabak fors duurder gemaakt en het roken verder teruggedrongen, maar ze leveren de staat op dit moment juist minder op.
Dat komt doordat minder mensen roken én doordat een groeiende groep rokers hun tabak buiten Nederland koopt. Wat vind jij: moet Nederland nog verder verhogen, of juist beter handhaven op grenshandel? Praat mee op onze sociale media.
Bron: actueel365.nl










