Hoofdpijn die niet wegtrekt, spierpijn na een intensieve training of een koortsaanval die je lichaam overneemt. Een pijnstiller kan op zo’n moment uitkomst bieden. In veel medicijnkastjes liggen standaard paracetamol en ibuprofen klaar, maar welke kies je wanneer? En hoe zit het met de risico’s en bijwerkingen? Uit onderzoek van het Instituut Verantwoord Medicijngebruik (IVM) blijkt dat er nog veel onduidelijkheid is over het juiste gebruik van deze middelen.

Volgens het IVM heeft meer dan de helft van de consumenten onvoldoende kennis over pijnstillers. „Meer dan de helft van de consumenten geeft onjuiste antwoorden op essentiële vragen over het juiste gebruik van pijnstillers.” Toch blijkt paracetamol een stuk populairder dan ibuprofen. Ongeveer een kwart van de Nederlanders slikt dagelijks paracetamol, terwijl slechts tien procent dagelijks ibuprofen gebruikt.
Dat verschil is niet vreemd, want huisartsen adviseren vaak eerst paracetamol te proberen. Dit middel is veiliger bij langdurig gebruik en heeft minder risico’s dan ibuprofen. Toch heeft ibuprofen ook voordelen, vooral bij bepaalde soorten pijn. Maar hoe bepaal je welke pijnstiller het beste werkt in jouw situatie?
Verschillen en overeenkomsten
Zowel paracetamol als ibuprofen verlichten pijn en verlagen koorts. Toch zitten er belangrijke verschillen tussen de twee. Paracetamol werkt door het blokkeren van stoffen in de hersenen die pijnsignalen afgeven. Daardoor is het middel effectief bij hoofdpijn, tandpijn en postoperatieve pijn. Opvallend genoeg tonen sommige onderzoeken zelfs aan dat paracetamol kan helpen bij emotionele pijn.
Ibuprofen werkt op een andere manier. Dit middel behoort tot de groep van NSAID’s (niet-steroïde ontstekingsremmers) en bestrijdt niet alleen pijn, maar ook ontstekingen. Daardoor wordt ibuprofen vaak aangeraden bij spierpijn, gewrichtspijn en ontstekingsgerelateerde aandoeningen zoals artritis. Radar meldt dat ibuprofen hoger op de pijnladder staat dan paracetamol en effectiever kan zijn bij deze klachten.












