Sinds de aankondiging van de nieuwe belastingregels rond box 3 staan veel Nederlanders die beleggen in onzekerheid over hun financiële toekomst. De overheid wil het huidige systeem van vermogensrendementsheffing vervangen door een systeem waarin belasting wordt geheven over het werkelijk behaalde rendement, zelfs als dat nog niet is gerealiseerd.

Deze aanpak, die vanaf 2028 ingevoerd moet worden, zou grote gevolgen hebben voor iedereen die spaargeld, aandelen, obligaties of andere beleggingen bezit. De plannen vloeien voort uit jarenlang debat over de eerlijkheid van het huidige stelsel en uit een uitspraak van de Hoge Raad dat de bestaande systematiek niet langer houdbaar is.
Van fictieve naar werkelijke opbrengst
Onder het huidige regime in box 3 wordt vermogensrendementsheffing berekend op een verondersteld rendement, ongeacht wat beleggers daadwerkelijk hebben verdiend. Dit betekent dat de Belastingdienst uitgaat van vaste percentages voor verschillende categorieën activa en daarop belasting heft, ongeacht of beleggingswinsten zijn gerealiseerd.
Met het nieuwe plan verandert dit grondig. Vanaf 2028 zou belasting worden geheven over het werkelijk behaalde rendement, ook als die winst alleen op papier bestaat. Koerswinsten van aandelen of cryptovaluta worden dan belast voordat verkoop plaatsvindt.
Voor veel beleggers voelt deze overgang als een extra risico. Koersen van aandelen en andere beleggingen kunnen immers stijgen en dalen binnen korte tijd. Winst op papier kan daardoor tijdelijk zijn en later weer verdwijnen. Wie belasting betaalt over een stijging die daarna verdampt, loopt het risico belasting te betalen over rendement dat uiteindelijk niet wordt gerealiseerd. Critici vinden dit onrechtvaardig en wijzen erop dat veel landen pas heffen bij daadwerkelijke verkoop.
Kritiek vanuit de financiële sector
Binnen de financiële sector klinkt stevige kritiek op de aangekondigde wijziging van de box 3 belasting. Vermogensbeheerder Han Dieperink stelt dat vooral kleine particuliere beleggers worden geraakt.
In het huidige systeem geldt een relatief ruime vrijstellingsgrens, waardoor een aanzienlijk deel van het vermogen buiten de heffing blijft. Onder het nieuwe voorstel blijft slechts een veel lager bedrag belastingvrij. Dat betekent dat vrijwel het volledige belegde vermogen sneller onder de vermogensrendementsheffing valt.

Volgens Dieperink ervaren veel huishoudens dit als een duidelijke verslechtering van hun fiscale positie. Waar voorheen een substantieel deel van het vermogen buiten schot bleef, wordt straks bijna alles meegenomen in de berekening.
Kleine beleggers die privé beleggen voor hun pensioen of als aanvulling op spaargeld beschikken vaak niet over complexe fiscale structuren. Vermogenden kunnen soms kiezen voor een besloten vennootschap, waarmee belastingheffing kan worden uitgesteld. Die mogelijkheid ontbreekt voor veel particulieren.
Impact op langetermijnplanning
Voor de gemiddelde Nederlandse belegger heeft het nieuwe belastingstelsel directe gevolgen voor de financiële planning. Vooral wie met een lange horizon belegt, bijvoorbeeld voor pensioenopbouw of studie van kinderen, kan te maken krijgen met hogere belastingdruk in jaren met sterke koersstijgingen. Omdat belasting wordt geheven over niet-gerealiseerde winsten, kan een forse aanslag volgen zonder dat er vermogen is verkocht. Dit kan druk zetten op liquiditeit en dwingt sommige beleggers mogelijk tot verkoop.
Daarnaast kan het nieuwe systeem gedragseffecten veroorzaken op de financiële markten. Als particuliere beleggers terughoudender worden, vermindert mogelijk de instroom van kapitaal richting bedrijven. Vooral startende ondernemingen zijn vaak afhankelijk van particuliere investeerders om te groeien en te innoveren. Minder beschikbaar kapitaal kan daarmee indirect gevolgen hebben voor economische ontwikkeling en ondernemerschap. Het debat raakt daardoor niet alleen individuele portefeuilles, maar ook bredere economische belangen.
Risico op kapitaalverplaatsing
Een ander zorgpunt is de mogelijkheid dat beleggers hun vermogen buiten Nederland onderbrengen. In discussies onder fiscalisten worden regelmatig landen genoemd met een gunstiger regime voor beleggingen en belastingheffing. Wanneer vermogende particulieren besluiten te emigreren of hun vermogen elders te structureren, kan dat leiden tot verlies van belastinginkomsten. Daarnaast verdwijnt mogelijk investeringskapitaal uit de Nederlandse economie.
Een dergelijke kapitaalverplaatsing kan verstrekkende gevolgen hebben voor het binnenlandse investeringsklimaat. Investeringen vormen een belangrijke pijler onder economische groei, werkgelegenheid en innovatie.
Als beleggers kiezen voor een ander fiscaal klimaat, kan dat het vertrouwen in het Nederlandse systeem aantasten. De discussie over box 3 krijgt daardoor ook een internationale dimensie. Nederland moet concurreren met andere landen die hun belastingregime aantrekkelijker vormgeven.

Discussie over dubbele belastingdruk
Tegenstanders van het nieuwe stelsel wijzen bovendien op wat zij beschouwen als een vorm van dubbele belastingdruk. Beleggers betalen al inkomstenbelasting en dividendbelasting over ontvangen rendement. Een aanvullende heffing over vermogensaanwas kan volgens critici voelen als een extra belastinglaag. Dit kan het vertrouwen in het fiscale systeem ondermijnen, vooral bij mensen die jarenlang zorgvuldig vermogen hebben opgebouwd.
Tegelijkertijd bestaan er verschillen tussen particuliere beleggingen en pensioenproducten. Binnen bepaalde pensioenconstructies kan belastingheffing worden uitgesteld of verlaagd. Wie via een pensioenfonds of lijfrente opbouwt, profiteert van andere fiscale regels dan iemand die zelfstandig in box 3 belegt. Niet iedere Nederlander kiest echter voor dergelijke producten. Voor zelfstandige beleggers blijft het box 3 regime bepalend voor hun netto rendement en financiële toekomst.
Politiek debat blijft voortduren
Hoewel de hoofdlijnen van de nieuwe box 3 belasting duidelijk zijn, blijft onzekerheid bestaan over de exacte uitwerking. Percentages, vrijstellingen en overgangsregelingen moeten nog verder worden uitgewerkt. Juist deze details bepalen hoeveel belasting uiteindelijk wordt betaald. De komende jaren staan daarom in het teken van politieke discussies en mogelijke aanpassingen.
De kern van het debat draait om fiscale rechtvaardigheid en economische balans. Voorstanders stellen dat belasting over werkelijk rendement eerlijker is dan heffing op basis van fictieve aannames. Tegenstanders benadrukken de praktische risico’s en onzekerheden voor particuliere beleggers. Hoe het nieuwe systeem in de praktijk zal uitpakken, wordt pas zichtbaar na invoering. Vast staat dat de veranderingen in box 3 het beleggingslandschap ingrijpend zullen hertekenen.










