In het bruisende centrum van Den Haag ligt een verborgen juweel: het Hof van Wouw. Dit monumentale hofje, gesticht in 1647 door Cornelia van Wouw, biedt al eeuwenlang een toevluchtsoord voor alleenstaande vrouwen. Het historische karakter en de serene omgeving maken het tot een unieke plek, een oase van rust te midden van de stedelijke drukte. Anno 2024 vervult het hofje nog steeds zijn oorspronkelijke doel en biedt het onderdak aan een bijzondere gemeenschap.

Visionaire initiatief
Op een feestelijke donderdag was er bijzondere aandacht voor het hof. De burgemeester kwam langs om een boek over de rijke geschiedenis van het hof in ontvangst te nemen. Dit boek benadrukt het visionaire initiatief van Cornelia van Wouw, die destijds een veilige haven creëerde voor alleenstaande vrouwen.
Jenny Overdiep, de oudste bewoonster van het hof, beschouwt dit gebaar als een erkenning van het sociaal belang dat Cornelia’s nalatenschap nog steeds heeft. ‘Inmiddels woon ik hier al 22 jaar,’ vertelt Jenny. ‘Er is een hoop veranderd in die tijd.’
Van kippenhok tot sierduiven
Jenny herinnert zich levendig de veranderingen die het hof in de loop der jaren heeft ondergaan. ‘Vroeger hadden we hier een kippenhok en een aantal sierduiven,’ vertelt ze.
Jenny kwam via haar zoon, wiens vriendin destijds in Den Haag studeerde, bij het hof terecht. ‘Ik huurde hiervoor een flat in Hilversum, maar de huur bleef stijgen terwijl mijn inkomen daalde. Ik ben hier uit pure noodzaak gekomen.’

Oase van rust
Het hofje bestaat tegenwoordig uit zeventien huisjes, waaronder het regentenhuis en het beheerderhuis. Oorspronkelijk was het hof bedoeld voor alleenstaande protestants-christelijke vrouwen, zoals vastgelegd in het testament van Cornelia van Wouw. Hoewel het geloof tegenwoordig minder strikt wordt nageleefd, blijven enkele regels onveranderd.
Zo moeten de bewoners nog steeds alleenstaand en minimaal vijftig jaar oud zijn. Voor Conny Schoone, een handlezer die in het hof woont, is het een perfecte woonplek. ‘Het is echt een oase in de stad,’ zegt ze. ‘Je hebt een heerlijke tuin die onderhouden wordt en je zit midden in de stad. Ik loop zo naar Amare.’











