Wie de afgelopen jaren een nieuwe televisie kocht, kent het automatisme: afstandsbediening pakken, op die opvallende Netflix-knop drukken en binnen een paar tellen zit je in een serie. Alles voelt alsof het er al was, nog vóór jij bedacht wat je wilde kijken.

Diezelfde vanzelfsprekendheid ontbreekt bij NPO Start. Het aanbod is gratis, de programma’s zijn voor veel mensen vertrouwd, maar online wordt de weg ernaartoe verrassend vaak niet gevonden. En juist dáár wringt het, nu steeds meer kijkers niet meer zappen, maar klikken.
Een klein knopje met een groot idee
Jet de Ranitz, sinds kort bestuursvoorzitter van de NPO, wil iets dat op het eerste gezicht bijna kinderlijk simpel is: een vaste NPO Start-knop op afstandsbedieningen. Precies zoals Netflix, YouTube en Disney+ die al jaren hebben.
Het plan draait om één woord: vindbaarheid. Niet omdat NPO Start niet functioneert, maar omdat je er te vaak omheen moet lopen. Eerst het smart-tv menu, dan apps, dan zoeken, dan openen—en pas daarna ben je waar je eigenlijk meteen al wilde zijn.
Waarom streamingdiensten wel vooraan staan
Die bekende sneltoetsen zijn geen vriendelijke service van tv-merken. Fabrikanten geven die plek meestal niet gratis weg. Streamingdiensten betalen voor die prominente knop: het is reclame, maar dan verwerkt in hardware, letterlijk onder je duim.

Voor commerciële platforms is dat een logische investering, want elke extra klik is een drempel. Minder gedoe betekent meer gebruik. Het is precies waarom Netflix zo vaak ‘eerste keuze’ wordt, nog vóór je überhaupt doorhebt dat je ook andere opties hebt.
Waarom de NPO daar niet zomaar aan meedoet
Voor de NPO ligt dat gevoeliger. Het is publiek geld, en dat geld gebruiken om tv-fabrikanten te betalen voor een knop kan politiek al snel verkeerd vallen. Zeker in een tijd waarin de publieke omroep onder een vergrootglas ligt.
Daar komt bij dat de discussie over kosten en taakopvatting al jaren oplaait. Als je tegelijkertijd moet bezuinigen én geld zou uittrekken voor zichtbaarheid op afstandsbedieningen, dan is de kans groot dat je het volgende debat al hebt geopend.
Van ‘must carry’ op tv naar ‘must find’ online
De Ranitz wijst op een principe dat al bestaat: de NPO-zenders hebben op lineaire televisie een zogenaamde ‘must carry’-status. Voor providers betekent dat: de publieke zenders moeten worden doorgegeven, omdat ze als basisvoorziening gelden.
Haar gedachte: als het kijkgedrag verschuift van tv-zenders naar apps, dan hoort publieke content daar net zo goed makkelijk bereikbaar te zijn. Niet verstopt tussen betaalde knoppen, maar op een plek die logisch is voor iedereen.
Den haag als draaipunt
In het AD gaf De Ranitz aan dat zo’n standaardknop waarschijnlijk niet vanzelf komt. Fabrikanten verplichten is een politieke keuze, en dus komt de overheid in beeld. In die gesprekken valt ook de naam van minister Rob Jetten.

De vraag is vooral: is daar ruimte voor? Want parallel aan dit idee lopen er discussies over bezuinigingen en hervormingen. Een nieuw ‘recht op zichtbaarheid’ klinkt aantrekkelijk, maar moet wel passen binnen wetgeving én binnen het politieke klimaat.
Wat kijkers eraan zouden kunnen hebben
Voor kijkers kan het voordeel groot zijn, zeker voor mensen die minder handig zijn met smart-tv’s. Niet iedereen navigeert moeiteloos door appstores, inlogschermen en eindeloze menu’s. Eén knop kan dan het verschil maken tussen wel of niet kijken.
Het gaat niet alleen om gemak, maar ook om gelijkheid. Als publieke programma’s bedoeld zijn voor iedereen, dan helpt het als iedereen ze net zo eenvoudig kan starten als de grootste commerciële diensten. Zonder omwegen, zonder zoekwerk.
Maar wie krijgt dan óók een knop?
Tegelijk opent het plan een lastige deur. Afstandsbedieningen hebben maar een beperkt aantal knoppen. Als de NPO een vaste plek krijgt, wat doe je dan met commerciële zenders, regionale omroepen of andere publieke diensten?
Voor je het weet gaat het debat niet meer over NPO Start, maar over eerlijkheid: wie krijgt voorrang, en op basis waarvan? En als de overheid hierin gaat sturen, ontstaat automatisch de vraag hoe ver die sturing mag gaan.
Bijvangst: het hele NPO-aanbod lift mee
Een extra duwtje voor NPO Start betekent ook meer zichtbaarheid voor alles wat onder de NPO-paraplu valt. Dus niet alleen de grote titels en populaire programma’s, maar ook omroepen waar veel over te doen is, zoals ON!.
De Ranitz houdt daarbij een strakke lijn aan: zolang een omroep binnen het bestel valt, hoort die bij het aanbod. Ze benadrukt dat de minister gaat over toelating en positie, en dat zij vooral het gesprek wil blijven voeren binnen de grenzen van het systeem.
De kernvraag: publieke toegang of marktverstoring?
Voorstanders zeggen: het is logisch. Iedereen betaalt mee aan publieke media, dus moeten die ook eenvoudig bereikbaar zijn op de plekken waar mensen tegenwoordig kijken. Anders raakt publieke content langzaam uit het zicht, ondanks de maatschappelijke opdracht.
Tegenstanders zien juist een gevaarlijk precedent. Een verplichte knop voelt als voorkeursbehandeling en als bemoeienis met de markt. Bovendien kan het juridisch ingewikkeld worden, omdat tv-fabrikanten internationaal opereren en Europese regels meespelen.
Wat er nu op tafel ligt
Voorlopig is het vooral een wens met politieke haken en ogen. Een knop klinkt klein, maar raakt aan wetgeving, concurrentie, techniek en de vraag hoeveel regie de overheid wil voeren in het digitale tv-landschap.
Ondertussen blijft de kern van het probleem herkenbaar: Netflix staat vooraan, NPO Start zit vaak achter een menu. En zolang dat zo blijft, is het niet gek dat gebruikscijfers online achterblijven—hoe goed het aanbod ook is.
Praat mee
Moet de overheid tv-fabrikanten verplichten om NPO Start net zo zichtbaar te maken als Netflix? Of vind je dat de NPO het vooral moet winnen met inhoud, gebruiksgemak en promotie, zonder regels die de markt aanpassen?
Laat ons vooral weten hoe jij dit ziet via onze social media. Ben je voor een vaste NPO-knop, tegen, of twijfel je? We zijn benieuwd naar je argumenten—juist ook als je ergens tussenin zit.
Bron: nieuwsforum.nl








