Harold werkt al jaren in een fabriek, trouw en zonder klagen. Elke ochtend trekt hij zijn werkkleding aan, start vroeg, werkt met zijn handen en zweet voor een eerlijk loon. Toch voelt het allang niet meer eerlijk. Terwijl hij zich inzet voor 2300 euro netto per maand, ontvangt zijn buurvrouw, die arbeidsongeschikt is, maandelijks 2500 euro aan uitkeringen en toeslagen.

Zij werkt niet, maar heeft maandelijks meer te besteden. Die realisatie kwam niet als een klap, maar sloop langzaam binnen toen Harold op een doordeweekse avond met een biertje in de tuin zat. Het steekt hem niet uit jaloezie, maar uit onbegrip. Want hoe kan het dat iemand die niet werkt meer overhoudt dan iemand die elke dag zijn rug kromt?
Je hoort vaak dat Nederland een sociaal vangnet heeft waar we trots op mogen zijn. En dat klopt ook. Het is goed dat we mensen helpen die het echt nodig hebben. Maar in sommige gevallen lijkt dat vangnet meer op een hangmat. Niet omdat mensen misbruik maken, maar omdat het systeem zulke uitkomsten mogelijk maakt.
Mensen zoals Harold voelen zich daardoor steeds meer tekortgedaan. Ze leveren een bijdrage aan de maatschappij, maar krijgen daar nauwelijks erkenning of beloning voor terug. Dat gevoel vreet aan hun motivatie en vertrouwen in de politiek. Want als je werkt en minder overhoudt dan je buurvrouw die niet werkt, klopt er iets fundamenteel niet.
Harold is niet de enige die zich zo voelt. Overal in het land hoor je verhalen van werkenden die zich afvragen waarom ze het nog doen. Niet omdat ze niet willen werken, maar omdat het financieel nauwelijks loont. De verhouding tussen inspanning en beloning is scheefgegroeid.
Dat is geen aanklacht tegen mensen die afhankelijk zijn van uitkeringen, maar wel tegen een systeem dat inzet onvoldoende waardeert. Het maakt solidariteit lastig vol te houden wanneer de beloning voor inzet ontbreekt. En een samenleving zonder solidariteit verliest uiteindelijk haar samenhang.
Wat je vaak hoort in gesprekken is dat mensen geen moeite hebben met het helpen van kwetsbaren. Niemand wil dat mensen die echt niet kunnen werken aan hun lot worden overgelaten. Maar tegelijk groeit het besef dat het systeem ook werkenden moet ondersteunen.
Als zij structureel minder profiteren van overheidsbeleid, voelt dat als een klap in het gezicht. Je ziet dan ook dat het vertrouwen in het sociale model afbrokkelt. Mensen haken af, niet omdat ze niet willen bijdragen, maar omdat ze het gevoel hebben dat het niets oplevert. Dat zorgt voor frustratie, wantrouwen en soms zelfs boosheid richting de overheid.
Een eerlijke samenleving is er één waarin iedereen die kan bijdragen daar ook iets voor terugkrijgt. Niet alleen een bedankje of een morele beloning, maar ook financiële waardering en toekomstzekerheid. Het gaat om erkenning van arbeid, van moeite, van het dagelijks opstaan en je inzetten.
Wanneer die waardering ontbreekt, ontstaat er cynisme. Je vraagt je dan af: waarom zou ik me nog uitsloven? En dat is een gevaarlijke gedachte. Want een samenleving drijft op mensen die wíllen werken, die het verschil willen maken, die bijdragen aan het geheel.
De politiek speelt hierin een sleutelrol. Het is tijd om het sociale vangnet opnieuw tegen het licht te houden. Dat is geen aanval op mensen in de bijstand, maar een pleidooi voor eerlijkheid. Wie werkt, moet daar niet slechter van worden dan iemand die dat niet doet.
De balans tussen solidariteit en verantwoordelijkheid moet worden hersteld. We kunnen het systeem zo inrichten dat het rechtvaardig voelt voor iedereen, zonder mensen aan de onderkant van de samenleving tekort te doen. Maar dat vergt moed. Moed om knopen door te hakken en beleid te maken dat wérkt.
We moeten af van de gedachte dat solidariteit betekent dat iedereen hetzelfde krijgt. Echte solidariteit betekent dat we naar draagkracht en inzet kijken. Dat we mensen die bijdragen ook echt waarderen, in woord én daad. Harold verdient meer dan alleen ons begrip. Hij verdient een systeem dat hem erkent. Want als de werkenden het vertrouwen verliezen, verliest het hele model zijn legitimiteit. En zonder draagvlak is geen enkel sociaal stelsel houdbaar, hoe goedbedoeld het ook is.
Er is een weg vooruit. Een samenleving waarin werken weer loont. Waarin je weet dat je inzet telt, dat je gewaardeerd wordt en dat het verschil maakt of je wél of niet bijdraagt. Zo’n samenleving bouw je niet met alleen woorden, maar met daden.
Met eerlijke regels, duidelijke keuzes en beleid dat aansluit bij de realiteit van mensen als Harold. We hebben de kans om het tij te keren. Niet door te kiezen voor óf werken óf uitkeren, maar door een samenleving te bouwen waarin iederéén die zijn steentje bijdraagt ook daadwerkelijk de vruchten daarvan plukt.
Wat denk jij? Moeten we blijven vasthouden aan een systeem dat werk ontmoedigt? Of is het tijd om te kiezen voor een samenleving waarin inzet weer telt? Laat het ons weten in de reacties op Facebook.