De komende jaren kan je boodschappenmand er ineens wat anders uit gaan zien, zonder dat je zelf een nieuw dieet hebt bedacht. In Den Haag liggen plannen op tafel die vooral mikken op twee bekende verleidingen: suiker en alcohol.

Het effect merk je niet in een discussiestuk of een debat, maar gewoon bij het schap met frisdrank, ijs en bier. En juist daar ontstaat de echte vraag: wanneer wordt iets ‘te duur’ en wat doet dat met ons gedrag?
Wat er op tafel ligt
In de kern werkt het kabinet aan een nieuwe suikertaks en wordt er tegelijk gekeken naar een extra verhoging van de alcoholaccijns. Het idee is dat ongezonde keuzes minder vanzelfsprekend worden, omdat je ze letterlijk vaker voelt in je portemonnee.
Dat klinkt simpel, maar de uitwerking is dat prijzen verschuiven, producenten hun recepten heroverwegen en consumenten gaan vergelijken. Het gaat dus niet alleen om extra belasting, maar ook om hoe eten en drinken straks “normaal geprijsd” aanvoelen.
Hoe de suikertaks ongeveer gaat werken
De basis van het plan: producten met meer dan 6 procent suiker zouden onder de heffing vallen. De precieze tarieven zijn nog niet definitief, maar de richting is duidelijk: wie veel suiker verkoopt, gaat daar waarschijnlijk ook meer voor afdragen.
Een analyse van Rabobank schetst alvast een bandbreedte: consumenten kunnen 10 tot 20 procent meer gaan betalen voor suikerrijke producten. Dat is precies genoeg om het verschil zichtbaar te maken, zonder dat het meteen voelt als ‘verboden’.
Wat dat kan betekenen voor prijzen
Om het concreet te maken worden er voorbeelden genoemd van producten die veel Nederlanders wekelijks in huis halen. Denk aan een grote fles cola, een bak ijs, koekjes of gebak: allemaal items die al snel boven die suikergrens uitkomen.
In de raming stijgt een 1,5-literfles Coca-Cola bijvoorbeeld van € 2,49 naar € 2,99. Ook merken als Ben & Jerry’s, spritsen en zelfs Limburgse vlaai worden genoemd als producten die merkbaar duurder kunnen worden.
Waarom alcohol ook in beeld komt
Bij alcohol ligt het net anders, omdat er al accijns op zit. Maar juist daarom wil het kabinet volgens berichtgeving en Haagse signalen voorkomen dat alcohol relatief gunstiger uitpakt dan suiker, als suiker extra belast wordt.
In de wandelgangen gaat het om een verhoging van ongeveer 5 procent. Het gevolg is wel voelbaar, maar doorgaans minder heftig dan bij suiker. Voor een krat bier wordt genoemd: grofweg 0,70 tot 1 euro extra aan accijns.

De gedachte achter ‘sturen met prijs’
De logica is klassiek beleid: maak de ongezonde keuze duurder en de gezondere keuze wordt aantrekkelijker, zonder dat je mensen iets verbiedt. Het is een duwtje richting water, suikervrije varianten of simpelweg minder vaak snacken.
Daarnaast speelt mee dat suiker en alcohol op lange termijn samenhangen met gezondheidsschade, en dus met zorgkosten. Politiek gezien helpt een prijsprikkel dan twee kanten op: minder consumptie én mogelijk minder druk op de zorg.
Wat de doelen zijn en waar het wringt
Nederland heeft via het Preventieakkoord doelen voor 2040, waaronder minder overmatige drinkers en minder overgewicht. Bij alcohol lijkt de trend gunstig: het aandeel overmatige drinkers daalde van 8,8 procent in 2016 naar rond 5,5 procent in 2025.
Bij overgewicht gaat het minder de goede kant op. Dat aandeel steeg in dezelfde periode van 48,7 procent naar 50,6 procent. En precies daar groeit de roep om zwaardere maatregelen, omdat campagnes en labels het probleem niet echt ombuigen.
Wat je straks merkt in de supermarkt
De grootste verandering zit niet bij mensen die af en toe iets zoets kopen, maar bij huishoudens waar frisdrank, sportdrank en snacks standaard op het lijstje staan. Vooral gezinnen met tieners kunnen de stijging sneller terugzien op de bon.
Merken met veel suiker lijken het meest kwetsbaar, maar huismerken kunnen ook reageren: prijzen scherp houden of recepturen aanpassen. Producenten krijgen daardoor een duidelijke prikkel: onder de 6-procentsgrens blijven of accepteren dat het duurder wordt.
Recepten aanpassen: stille verandering in het schap
In landen waar vergelijkbare belastingen zijn ingevoerd, zie je vaak hetzelfde patroon: fabrikanten gaan rekenen en sleutelen aan samenstellingen. Minder suiker per fles kan dan ineens het verschil maken tussen ‘wel’ of ‘niet’ onder de taks vallen.
Dat betekent dat een deel van de verandering niet alleen uit prijs komt, maar ook uit smaak. Het kan zomaar gebeuren dat je favoriete drankje na verloop van tijd anders proeft, omdat “net iets minder zoet” de nieuwe standaard wordt.
Wat wetenschap en adviseurs hierover zeggen
De Gezondheidsraad is duidelijk over alcohol: ieder glas verhoogt het risico op eerder overlijden. Bij suiker en energierijke voeding is de relatie met gewichtstoename en gezondheidsproblemen eveneens stevig onderbouwd, al verschilt effect per persoon en leefstijl.
Prijzen beïnvloeden gedrag aantoonbaar, maar het is geen toverstaf. Het werkt meestal het best als regels simpel zijn, grenzen helder en uitzonderingen beperkt. Dan weten bedrijven waar ze aan toe zijn en begrijpen consumenten sneller wat er verandert.

Kritiek: ‘dit raakt vooral lagere inkomens’
De hardste kritiek is dat dit soort belastingen relatief zwaarder drukken op mensen met minder inkomen. Een tientje extra per week is voor de één vervelend, voor de ander een serieus probleem, zeker als je gezin groot is of je budget al krap.
Ook wordt gewezen op ontwijkgedrag: over de grens boodschappen doen, online bestellen of overstappen op goedkopere alternatieven. En de 6-procentsgrens kan discussies opleveren over definities, traditionele recepten en producten die net boven of onder de drempel vallen.
Steun: ‘jongeren helpen met betere gewoonten’
Tegelijk zijn gezondheidsorganisaties en veel artsen juist positief. Hun punt: hogere prijzen halen de impuls uit de aankoop en maken gezondere keuzes vanzelf normaler, vooral bij jongeren die hun eet- en drinkpatroon nog aan het vormen zijn.
In het bedrijfsleven wordt daarom ook gekeken naar innovatie: minder suiker, kleinere porties of andere zoetstoffen. Maar uiteindelijk beslist de klant. Als het te duur wordt of te anders smaakt, kan het effect tegenvallen of verschuift de vraag naar andere producten.
Waar staan de plannen nu
De suikertaks wordt richting 2030 genoemd als onderdeel van de planning, terwijl tarieven en details nog moeten worden uitgewerkt. De mogelijke alcoholaccijnsverhoging wordt politiek besproken en is nog geen vaststaand besluit, ondanks de cijfers die rondzingen.
Voor beide geldt: er zijn wetswijzigingen nodig, rekenmodellen, uitvoeringschecks en debat in de Kamer. Daarna volgt meestal een overgangsperiode zodat producenten en winkels kunnen aanpassen, plus evaluatiemomenten om bij te sturen als het anders uitpakt.
Wat je als consument slim kunt doen
Je hoeft niet te wachten op nieuwe regels om je eigen impact te beperken. Kijk eens naar het etiket: suikers per 100 milliliter of 100 gram zeggen vaak meer dan een grote marketingtekst. Suikervrije frisdrank, water en thee blijven buiten schot.
Drink je alcohol, dan is vaker een 0.0-variant kiezen of minder momenten plannen vaak de makkelijkste winst. En als je weet dat prijzen stijgen, helpt het om je boodschappenbudget iets ruimer te zetten, zodat het niet ineens als ‘straf’ voelt.
De grote lijn is helder: suiker en alcohol worden waarschijnlijk duurder om gezondheid te bevorderen. Maar of het echt werkt, hangt straks af van details: de tarieven, de uitzonderingen, hoe streng er gehandhaafd wordt en of producenten meebewegen.
Eén ding staat vast: dit wordt een gesprek dat je terug gaat zien op kassabonnen én aan keukentafels. Wat vind jij: helpt dit, of gaat het vooral pijn doen? Laat het weten via onze sociale media en praat mee.
Bron: faqts.net












