De financiële wereld houdt van grote beloftes. Nieuwe technologie, snelle groei, een verhaal dat je aan de keukentafel kunt navertellen: het zijn precies de ingrediënten waar beleggers warm voor lopen. En eerlijk is eerlijk: kunstmatige intelligentie past perfect in dat plaatje.

Toch klinkt er ineens weer een stem die het enthousiasme probeert te temperen. Niet omdat AI geen toekomst heeft, maar omdat de combinatie van torenhoge verwachtingen en ongekend veel geld volgens hem gevaarlijk dichtbij een klassiek recept voor ellende komt.
Expert trekt opnieuw aan de bel
Robert Peston, politiek redacteur bij ITV News, laat in Britse media weten dat hij zich serieuze zorgen maakt over wat er achter de schermen op de financiële markten gebeurt. Peston is geen onbekende in dit soort discussies: hij verwierf naam door vroeg te berichten over de bankproblemen die later uitmondden in de crisis van 2008.
Nu ziet hij opnieuw signalen die hem onrustig maken. In een interview met Radio Times zegt hij dat we binnen één tot twee jaar wereldwijd zomaar tegen een zware financiële schok kunnen aanlopen. Niet door banken of een nieuw virus, maar door een AI-hype die te hard groeit.
Waarom AI volgens hem het nieuwe risicogebied is
Het bijzondere aan deze waarschuwing: Peston richt zijn pijlen niet op één bedrijf of één sector. Hij wijst vooral op de schaal van de investeringsgolf. Overal stroomt kapitaal naartoe: naar AI-startups, naar grote techreuzen die systemen trainen, en naar alles wat daarvoor nodig is.
Want AI draait niet alleen om slimme software. Het vraagt om enorme datacenters, peperdure chips en vooral veel stroom. En dus komen er ook miljardeninvesteringen bij kijken in elektriciteitsnetten, nieuwe energiebronnen en koeling. Dat is volgens Peston precies waar de ‘overspanning’ kan ontstaan.
Het geld gaat niet alleen naar apps, maar naar beton en energie
Wie doorheeft hoe AI gebouwd wordt, begrijpt het punt: een chatbot is het zichtbare topje, maar eronder zit een berg aan infrastructuur. Datacenters moeten worden neergezet, uitgebreid en dag en nacht gekoeld. Ondertussen stijgt de vraag naar rekenkracht sneller dan veel landen hun energievoorziening kunnen opschalen.
Volgens Peston worden daardoor niet alleen technologie-aandelen opgepompt, maar ontstaat er een bredere investeringsbubbel, inclusief bouwprojecten en energieketens die speciaal op AI zijn ingericht. Als de opbrengsten later tegenvallen, kan de klap volgens hem veel breder uitpakken dan ‘alleen’ een paar techbedrijven.
De vergelijking met 1929 is niet toevallig gekozen
Peston vergelijkt de stemming op de markt zelfs met de speculatieve euforie van vlak voor de beurscrash van 1929. Dat is stevige taal, maar hij gebruikt het vooral om te benadrukken hoe snel verwachtingen kunnen doorschieten als iedereen bang is om ‘de trein te missen’.
In zo’n klimaat gaat het minder over nuchtere rekensommen en meer over geloof: geloof dat AI álles zal veranderen, álles winstgevender maakt, en dat je er dus nu bij móét zijn. Precies daar ziet Peston een risico, omdat markten vaak het hardst onderuitgaan wanneer het geloof botst met de realiteit.

Het probleem zit in de vraag: maakt AI genoeg winst voor al dat geld?
De kern van Peston’s angst is simpel: investeringen kunnen best groot zijn, zolang er later ook voldoende rendement uit komt. Alleen twijfelt hij of bedrijven de winsten kunnen realiseren die nu al in koersen en plannen zijn ingeprijsd. AI kan productiviteit verhogen, maar dat betekent niet automatisch dat het geld meteen binnenstroomt.
Als de opbrengsten achterblijven, kan dat volgens hem een kettingreactie starten. Bedrijven die veel geleend of verbrand geld hebben om te groeien, kunnen dan in de problemen komen. Investeerders schrikken, koersen dalen, vertrouwen verdwijnt, en voor je het weet versterkt alles elkaar.
Waarom zijn woorden extra gewicht krijgen
Dat Peston nu weer opduikt met een waarschuwing, trekt aandacht omdat hij eerder ook vroeg aan de bel trok. Zo zegt hij dat hij in het voorjaar en de zomer van 2007 al bleef hameren op het feit dat de bankensector op instorten stond, ruim voordat de crisis echt losbarstte.
Volgens hem werd hij toen weggezet als iemand die overdreef. Hij vertelt dat er zelfs vanuit politiek en financiële kringen druk werd gezet om hem te laten stoppen met ‘paniek zaaien’. Achteraf bleek dat alarm niet uit de lucht gegrepen, en dat maakt dat mensen nu extra luisteren wanneer hij opnieuw onraad ruikt.
Ook bij corona zag hij vroeg dat het serieus was
Peston verwijst ook naar eind 2019, toen de eerste berichten uit Wuhan binnenkwamen over een onbekend virus. Terwijl het voor veel mensen nog ver weg voelde, zegt hij dat hij bij overheidsinstanties bleef aandringen: dit kan groot worden, neem het serieus.
Die voorgeschiedenis is belangrijk, niet omdat eerdere gelijk altijd nieuw gelijk garandeert, maar omdat het laat zien dat hij gevoelig is voor systeemrisico’s: situaties waarin een probleem in één hoek overslaat naar de rest. En juist daar plaatst hij nu AI.
De mogelijke gevolgen gaan verder dan de beurs
Wat Peston’s verhaal extra interessant maakt, is dat hij niet blijft hangen bij grafieken en koersen. Hij denkt dat AI de arbeidsmarkt ook fundamenteel kan opschudden, simpelweg omdat systemen steeds meer taken aankunnen die nu nog door mensen worden gedaan.
Hij stelt de ongemakkelijke vraag: wat als er minder ‘traditionele banen’ terugkomen dan er verdwijnen? Geschiedenis leert dat technologie ook nieuwe banen creëert, maar de overgang kan pijnlijk zijn, zeker als veranderingen sneller gaan dan scholing, wetgeving en bedrijven kunnen bijbenen.
Als mensen werk verliezen, komt ook de maatschappij in de knel
Volgens Peston zit er nog een laag onder: overheidsfinanciën. Als grote groepen mensen minder verdienen of hun baan kwijtraken, dalen de belastinginkomsten. En dat raakt dan weer aan de vraag hoe je publieke voorzieningen overeind houdt, van zorg tot onderwijs.
In zijn zwartste scenario ontstaat er een dubbele druk: een markt die afkoelt door tegenvallende winsten én een samenleving die moet omgaan met snelle veranderingen op de werkvloer. Dat is precies waarom hij het niet ziet als een ‘beursverhaal’, maar als iets dat iedereen kan voelen.

Geen doemdenken, zegt hij zelf
Toch wil Peston niet neergezet worden als beroepspessimist. Integendeel: hij noemt zichzelf een optimist die juist gelooft dat het benoemen van risico’s helpt om ze te vermijden. AI ziet hij als een revolutie die te vergelijken is met de industriële revolutie, met enorme kansen voor innovatie.
Maar revoluties hebben ook bijwerkingen, en volgens hem moeten overheden, bedrijven en beleggers beter voorbereid zijn op schommelingen, teleurstellingen en sociale gevolgen. Vooruitkijken is in zijn ogen geen paniek, maar onderhoud: je hoopt dat het meevalt, maar je wilt niet verrast worden.
Wat kunnen we hier mee?
Of Peston gelijk krijgt, weet niemand. Maar zijn waarschuwing raakt wel een gevoel dat vaker opduikt: AI is overal, het geld klotst tegen de plinten, en de belofte is bijna te mooi om waar te zijn. Dat is precies het soort moment waarop een beetje nuchterheid geen kwaad kan.
De komende jaren zullen uitwijzen of de opbrengsten van AI hard genoeg groeien om de investeringsstorm te dragen. Tot die tijd is het vooral de kunst om hype en werkelijkheid uit elkaar te blijven houden. Denk jij dat we richting een bubbel gaan, of is dit gewoon het begin van een nieuw tijdperk? Laat het weten op onze sociale media.
Bron: sgxl.nl












