Nu de temperatuur stijgt, begint het bij veel tuinliefhebbers te kriebelen om de tuin lenteklaar te maken. Toch is het verstandig om nog even te wachten. In struiken en planten schuilen talloze kleine diertjes die bescherming zoeken tegen de kou. Overhaast snoeien kan hun leefomgeving verstoren en daarmee het natuurlijke evenwicht in je tuin aantasten.

Volgens tuinontwerper Anneke Beemer is het beter om pas te snoeien als de temperatuur structureel boven de 12 graden Celsius ligt. Beemer, die via Tuinworkshop.nl cursussen geeft over klimaatbewust tuinieren, raadt aan om niet te vroeg in het seizoen te beginnen. Veel insecten bevinden zich nog in een rustfase en hebben de beschutting van takken en bladeren nodig om te overleven.
Wanneer je nu al begint met snoeien, kunnen deze dieren hun schuilplek verliezen. Pas bij warmere temperaturen ontwaken ze uit hun winterslaap en zoeken ze actief naar voedsel. Door te vroeg in te grijpen, worden insecten kwetsbaar, wat uiteindelijk gevolgen kan hebben voor de biodiversiteit in je tuin.
Waarom insecten onmisbaar zijn
Insecten spelen een cruciale rol in de natuur. Ze helpen bij de bestuiving van bloemen en planten, wat direct invloed heeft op de voedselvoorziening. Zonder deze bestuivers zouden veel gewassen moeite hebben om te groeien. Daarnaast vormen insecten een belangrijke voedselbron voor vogels en andere dieren. Het verstoren van hun leefgebied kan dus een kettingreactie veroorzaken, waarbij de hele tuinbalans wordt aangetast.
Beemer adviseert daarom om bewust om te gaan met snoeien. “Veel mensen willen hun tuin er meteen netjes uit laten zien, maar dat is niet altijd de beste keuze. Door iets langer te wachten, geef je de natuur de tijd om zich op een natuurlijke manier te herstellen”, zegt ze.
De voordelen van snoeiresten
Naast het uitstellen van snoeien, is het ook verstandig om niet alle bladeren en takjes op te ruimen. Beemer legt uit dat het laten liggen van snoeiresten juist een positieve invloed heeft op de bodem. “Ik versnipper het materiaal liever en laat het liggen”, vertelt ze. “Dat helpt insecten én verbetert de grond. Wormen trekken het organische materiaal de aarde in, waardoor de bodem gezonder wordt en planten beter groeien.”
Door op deze manier te tuinieren, help je niet alleen de natuur, maar bespaar je ook tijd en moeite. Minder opruimen betekent minder werk, terwijl je tegelijkertijd bijdraagt aan een sterke en veerkrachtige tuin.
Een nieuwe kijk op tuinieren
Beemer pleit ervoor om anders naar tuinieren te kijken. Een tuin hoeft niet strak en geordend te zijn om mooi te zijn. Sterker nog, een iets wildere, natuurlijke tuin draagt juist bij aan de biodiversiteit. “Kijk maar naar de natuur”, zegt ze. “Daar blijft alles gewoon liggen, en dat werkt prima. We kunnen daar veel van leren.”
Door struiken en planten hun gang te laten gaan, ontstaat vanzelf een natuurlijk ecosysteem. Dit vraagt minder onderhoud dan een traditionele, strakke tuin. “Je hoeft niet overal in te grijpen”, zegt Beemer. “Dat is niet alleen beter voor de aarde, maar ook makkelijker voor jezelf.” Een beetje geduld loont dus op meerdere manieren.