Ze gold als de meest omstreden minister van het vorige kabinet en werd het gezicht van het stikstofbeleid dat boeren tot wanhoop dreef. Met haar kaarten en onteigeningsplannen raakte zij een gevoelige snaar in het landelijk gebied. Inmiddels is Christianne van der Wal terug in het publieke debat, ditmaal als voorzitter van BOVAG. Haar nieuwe focus ligt niet meer op landbouw, maar op rekeningrijden, autobelasting en de toekomst van mobiliteit in Nederland.
Aanbevolen Video
Scroll om verder te lezen.
Nieuwe rol, vertrouwde toon
In een interview met De Telegraaf ontvouwt Van der Wal plannen voor een ingrijpende herziening van het autobelastingsysteem. Ze spreekt over een model waarin “betalen naar gebruik” centraal staat.
Daarbij waarschuwt ze dat de benzinerijder anders “alles betaalt”. De uitspraken roepen direct weerstand op, omdat ze opnieuw lijken te wijzen op lastenverzwaring voor automobilisten die afhankelijk zijn van hun auto.
Zorgen over betaalbaarheid
Van der Wal presenteert haar voorstellen als een poging om mobiliteit betaalbaar te houden voor iedereen. Tegelijkertijd klinken haar oplossingen voor velen als meer heffingen en intensievere overheidssturing.
Critici wijzen erop dat zij, eerst als minister en nu als belangenbehartiger, steeds posities inneemt waarin ingrijpen in het dagelijks leven centraal staat. De boodschap over betaalbaarheid botst volgens hen met de praktische gevolgen van haar plannen.

Kilometers als rekeneenheid
Centraal in haar betoog staat het principe van “betalen naar gebruik”. “Dat kan heel eenvoudig gewoon per kilometer. Kilometers worden namelijk al geregistreerd,” zegt ze.
Daarmee wordt volgens tegenstanders de weg vrijgemaakt voor structurele monitoring van rijgedrag. Zij vrezen dat een dergelijk systeem niet alleen financiële gevolgen heeft, maar ook raakt aan privacy en bewegingsvrijheid van automobilisten.
Vervanging van bestaande heffingen
Naast kilometerheffing stelt Van der Wal voor om de BPM te vervangen door een nieuwe belastingvorm. Ze spreekt over een “tenaamstellingsbelasting”, die verschuldigd zou zijn “gewoon iedere keer als de auto van eigenaar verwisselt”.
Dat plan treft vooral de tweedehandsmarkt, waar veel huishoudens zijn aangewezen op betaalbare occasions. De vrees leeft dat juist mensen zonder middelen voor nieuwe elektrische auto’s extra worden belast.
Effect op occasionmarkt
Volgens kenners maakt een belasting bij elke tenaamstelling gebruikte auto’s duurder en minder toegankelijk. Daarmee verschuift de druk naar lagere inkomensgroepen, terwijl zij vaak geen alternatief hebben voor de auto.
Van der Wal benadrukt dat mobiliteit niet duurder mag worden, maar haar voorstellen lijken in de praktijk tot hogere kosten te leiden voor een grote groep weggebruikers.

Kritiek op subsidie-afbouw
In het interview uit Van der Wal ook scherpe kritiek op plannen om subsidies voor elektrisch rijden af te bouwen. Dat noemt ze “heel dom”. Volgens haar betalen benzinerijders straks “alle autobelastingen” wanneer accijnsinkomsten dalen door elektrificatie. Die uitspraak wordt gezien als een duidelijke sneer naar politici die juist pleiten voor minder overheidssteun en lagere lasten.
Politiek blijft dichtbij
Hoewel Van der Wal formeel geen minister meer is, klinkt haar benadering volgens critici onveranderd. In plaats van lastenverlichting staat het veiligstellen van overheidsinkomsten centraal.
Haar nieuwe rol binnen de brancheorganisatie verandert weinig aan de politieke lading van haar voorstellen. Voor automobilisten betekenen haar plannen vooral onzekerheid over toekomstige kosten en regels.










