De komende jaren gaat er veel veranderen voor bedrijven die hun mobiliteit regelen via lease. Waar je nu vaak vooral vergelijkt op maandbedrag, bijtelling en levertijd, komt er binnenkort een extra factor bij die alles kan omgooien: een nieuwe heffing op auto’s die niet volledig elektrisch zijn.

Die maatregel wordt in de wandelgangen al de ‘brandstofboete’ genoemd. Dat klinkt lekker kort en stoer, maar er zit voor ondernemers een serieuze rekensom achter. En die rekensom begint pas echt te knellen als je wagenpark groter is dan je lief is.
Wat er vanaf 2027 precies verandert
Vanaf 1 januari 2027 krijgen werkgevers die een nieuwe zakelijke leaseauto op benzine, diesel of (deels) hybride afsluiten te maken met een extra fiscale heffing. Het gaat om nieuwe contracten, dus alles wat je na die datum tekent, kan onder de nieuwe regels vallen.
In veel berekeningen komt die heffing neer op zo’n 1% van de oorspronkelijke cataloguswaarde per maand. Bij een auto van €35.000 betekent dat grofweg €350 extra per maand. Op jaarbasis praat je al snel over duizenden euro’s extra.
Waarom de overheid dit inzetten wil
De gedachte achter de maatregel is vrij simpel: elektrisch rijden aantrekkelijker maken door rijden op brandstof juist duurder te maken. Nederland wil sneller richting minder uitstoot, en zakelijke leaseauto’s spelen daarin een grote rol.
Leaseauto’s rijden veel kilometers en worden vaak na een paar jaar weer doorverkocht als occasion. Als er nu meer elektrisch wordt geleaset, komt er later dus ook meer elektrische aanvoer op de tweedehandsmarkt. Dat is precies de kettingreactie die de overheid wil.
De rekening blijft bij de werkgever liggen
Een opvallend punt: werkgevers mogen de extra heffing niet simpelweg doorberekenen aan werknemers. Geen “extra eigen bijdrage” omdat iemand nu eenmaal graag benzine rijdt. De kosten blijven in principe op het bord van de werkgever liggen.
Dat maakt mobiliteitsbeleid ineens een stuk scherper. Bedrijven gaan keuzes heroverwegen: welke functies krijgen nog een auto, hoe lang lopen contracten, en is een mobiliteitsbudget slimmer? Ook investeringen in laadpalen komen sneller op tafel.

Kleine bedrijven voelen de klap vaak eerder
Niet elke werkgever staat op dezelfde plek. Grote organisaties zijn vaak al verder met elektrificatie, hebben beleid, laadplannen en afspraken met leasemaatschappijen. Kleinere ondernemers kiezen vaker nog praktisch: een benzineauto die altijd door kan.
Juist die groep kan de heffing harder voelen, omdat de marges vaak kleiner zijn. Een paar honderd euro extra per auto per maand tikt ineens aan. En als je afhankelijk bent van een paar voertuigen om je werk te doen, is “even omgooien” lastiger.
Elektrisch is populairder, maar nog niet overal haalbaar
Dat steeds meer mensen elektrisch rijden klopt. Maar in de praktijk lopen werkgevers nog vaak tegen drempels aan: werknemers zonder eigen oprit, laadpunten die bezet zijn, of ritten die op één dag simpelweg te lang zijn zonder slim laden.
Daarbovenop komt het grotere probleem waar je als bedrijf weinig invloed op hebt: netcongestie. In sommige regio’s zit het stroomnet vol. Een paar extra laadpalen plaatsen op het bedrijventerrein klinkt logisch, maar kan soms jaren vertraging oplopen.
Leasemaatschappijen zien meer onzekerheid in contracten
In de leasewereld wordt de maatregel zowel als logisch als spannend gezien. Logisch, omdat de markt toch al verschuift richting elektrisch. Spannend, omdat ondernemers niet graag tekenen in een periode waarin regels snel veranderen en rekenmodellen wankelen.
Daardoor zie je nieuwe voorkeuren ontstaan: kortere looptijden, flexibele leaseconstructies en soms toch nog (plug-in) hybrides als tussenstap. Bedrijven willen wendbaar blijven, zodat ze niet vastzitten aan een keuze die straks extra duur uitpakt.

Waarom korter leasen ineens aantrekkelijk klinkt
Een trend die je nu al terugziet: werkgevers die minder vaak voor vijf jaar vastleggen. De reden is simpel: hoe langer je contract loopt, hoe groter de kans dat je onderweg geraakt wordt door nieuwe regels of uitzonderingen die net anders uitpakken.
Daarbij speelt mee dat vanaf september 2030 ook bestaande leasecontracten alsnog onder uitbreiding van de heffing kunnen vallen, afhankelijk van afsluitdatum en looptijd. Dat maakt flexibiliteit waardevoller dan ooit, zelfs als het maandbedrag iets hoger ligt.
Laadproblemen blijven de grootste frustratie
De ironie waar veel ondernemers tegenaan lopen: er wordt gestuurd op elektrisch, maar de randvoorwaarden zijn niet overal op orde. Zeker buiten de grote steden is laadinfra soms schaars, en kunnen medewerkers niet altijd thuis laden.
Als je personeel ’s avonds rondjes moet laten rijden om een vrije paal te vinden, werkt dat enthousiasme niet bepaald mee. De praktijk is dat bedrijven pas écht versnellen als laden net zo vanzelfsprekend wordt als tanken nu is.
Vervangend vervoer kan ook duur gedoe worden
Een minder bekende, maar opvallende discussie gaat over tijdelijk vervangend vervoer. Stel: een elektrische leaseauto staat bij de garage en de bestuurder krijgt even een benzineauto mee. Dan kan dat in sommige situaties toch fiscale gevolgen hebben.
Werkgevers en leasemaatschappijen vinden dat onlogisch, zeker als zo’n vervanger maar kort wordt gebruikt. Er wordt daarom gepleit voor uitzonderingen bij reparaties en noodoplossingen. In Den Haag wordt gekeken of de uitwerking op dat punt aangepast kan worden.

Zakelijke mobiliteit wordt een strategische keuze
Alles bij elkaar zorgt de nieuwe heffing ervoor dat mobiliteit niet langer “een HR-regeling met vier wielen” is. Het wordt een strategisch onderwerp waarbij belastingregels, duurzaamheid, infrastructuur, contractduur en werkafspraken allemaal door elkaar lopen.
Voor ondernemers betekent het vooral: vooruitkijken. Wie nu een wagenpark uitbreidt of contracten vernieuwt, doet er goed aan scenario’s door te rekenen en te praten met de leasemaatschappij. Kleine keuzes kunnen straks grote maandelijkse verschillen maken.
Wat je nu al kunt doen als werkgever
Het helpt om je huidige situatie eerlijk te bekijken: hoeveel kilometers worden er echt gereden, wie kan thuis laden, en welke functies móéten mobiel zijn? Soms blijkt een deelauto, OV-kaart of fietsregeling prima te werken naast een kleiner wagenpark.
En als elektrisch nog niet kan, is het slim om te kijken naar contractflexibiliteit en timing. Niet alles hoeft morgen anders, maar vanaf 2027 worden nieuwe handtekeningen duurder. Houd ook uitzonderingen en politieke wijzigingen goed in de gaten.
De discussie is nog lang niet klaar
De maatregel moet elektrisch rijden versnellen, maar de werkelijkheid is weerbarstiger dan een spreadsheet. Zolang laadpleinen, netcapaciteit en levertijden achterlopen, blijven ondernemers zoeken naar praktische oplossingen die niet alleen groen, maar ook werkbaar zijn.
Duidelijk is wel: zakelijk rijden op brandstof wordt stap voor stap minder vanzelfsprekend. Benieuwd hoe jij hiernaar kijkt? Laat het weten via onze sociale media: ga jij straks volledig elektrisch, of zie je vooral hobbels op de weg?
Bron: trendyvandaag.nl






