Veel ouders beginnen vroeg met sparen voor hun kind. Een tientje per maand, een extraatje na een verjaardag, de kinderbijslag die je niet direct nodig hebt—het voelt als een rustige, verstandige gewoonte waar later niemand spijt van krijgt.

Toch zit er een detail in dat sparen waar je jaren niet naar omkijkt, tot het ineens wél uitmaakt: op wiens naam staat dat geld eigenlijk? Dat simpele vinkje bij het openen van een rekening kan invloed hebben op je belastingaangifte, schenkbelasting en zelfs op hoe je nalatenschap er later uitziet.
Waarom die naam op de rekening ertoe doet
Op het eerste gezicht lijkt het verschil klein: het geld is bedoeld voor je kind, dus wat maakt het uit waar het staat? Alleen koppelt de Belastingdienst daar duidelijke regels aan, en die regels zijn niet overal hetzelfde.
Het gevolg: twee gezinnen kunnen exact hetzelfde bedrag sparen, maar tóch anders uitkomen bij de aangifte. Soms merk je dat pas als de bedragen groter worden, of als je meerdere kinderen hebt en alles bij elkaar optelt.
Het vermogen van een minderjarig kind telt mee in box 3
Zolang je kind nog geen 18 is, kijkt de Belastingdienst naar jou als ouder. Het spaargeld en eventuele beleggingen van je kind worden dan meegenomen bij jouw vermogen in box 3—ook als het op een aparte kinderrekening staat.
Dat kan betekenen dat je sneller boven de vrijstelling uitkomt, waardoor je (meer) belasting betaalt over het deel dat daarboven valt. Vooral bij grotere spaarpotten kan dat opeens zichtbaar worden rond de peildatum.
Wat er verandert zodra je kind 18 wordt
In het jaar dat je kind 18 wordt, schuift de verantwoordelijkheid. Vanaf dat moment moet je kind het vermogen in principe zelf opgeven in de eigen aangifte, en telt het niet langer automatisch mee bij jouw box 3.
Dat is voor veel ouders een natuurlijk keuzemoment. Laat je het geld op jouw rekening staan zodat jij de regie houdt, of zet je het echt over naar je kind? Die timing kan, fiscaal gezien, verrassend veel verschil maken.

Sparen op je eigen naam geeft je controle over het schenkmoment
Als je spaart op je eigen naam, bepaal jij wanneer je het geld daadwerkelijk aan je kind schenkt. Je kunt dan bijvoorbeeld rekening houden met de jaarlijkse schenkingsvrijstelling en grotere bedragen slim spreiden.
Dat voorkomt dat één grote overboeking ineens als een flinke schenking wordt gezien waar schenkbelasting over betaald moet worden. Het draait daarbij niet om je bedoeling, maar om het moment waarop het geld juridisch van eigenaar wisselt.
De eenmalige hogere vrijstelling: interessant, maar met voorwaarden
Naast de jaarlijkse vrijstelling bestaat er ook een eenmalige hogere vrijstelling voor kinderen van 18 tot 40 jaar. Hoe hoog die is, hangt af van het doel en de voorwaarden die daarbij horen.
In de genoemde cijfers staat dat in 2026 maximaal €233.129 mogelijk is voor een vrij besteedbaar doel en maximaal €269.009 voor een dure studie. Voor 2025 worden bedragen genoemd van €232.195 en €267.064.
Storten op naam van je kind is in veel gevallen meteen een schenking
Spaar je direct op een rekening die op naam van je kind staat, dan ziet de Belastingdienst een storting doorgaans als een schenking. Ook als jij die rekening beheert en het geld pas later bedoeld is om te gebruiken.
Daarom is het handig om stortingen bij te houden, zeker als je vaker kleine bedragen overmaakt. Los lijken ze onschuldig, maar samen kunnen ze in één kalenderjaar boven een vrijstelling uitkomen zonder dat je het doorhebt.
De jaarlijkse schenkingsvrijstelling voor kinderen
Voor schenkingen aan kinderen geldt ieder jaar een vrijstelling. In 2026 is dat volgens de genoemde informatie €26.908 per kind per jaar. In 2025 lag dit bedrag op €26.713.
Kom je boven die grens, dan betaal je schenkbelasting over het bedrag daarboven. Juist daarom kan spreiden over meerdere jaren slim zijn: dezelfde totaalpot kan dan netto meer opleveren voor je kind, zonder fiscale tegenvaller.
Waarom dit later ook kan doorwerken in de erfenis
Schenken tijdens je leven heeft niet alleen effect op nu, maar ook op later. Alles wat je al aan je kind hebt gegeven, zit niet meer in je nalatenschap en kan die dus kleiner maken.
In de praktijk kan dat betekenen dat er later minder erfbelasting verschuldigd is, omdat er simpelweg minder te erven valt. Tegelijk blijft het belangrijk dat je zelf genoeg buffer overhoudt voor onverwachte kosten.

De peildatum van box 3: 1 januari kan het verschil maken
Bij box 3 kijkt de Belastingdienst naar je vermogen op één vaste dag: 1 januari. Voor je aangifte over een bepaald jaar is dus bepalend wat er op 1 januari van dat jaar op jouw naam (en bij minderjarigen: meegeteld) stond.
Dat maakt de jaarwisseling gevoelig. Een overboeking eind december kan meetellen voor dat jaar, terwijl dezelfde overboeking begin januari pas een jaar later in de cijfers terugkomt. Handig om te weten als je toch al plannen maakte.
Zo voorkom je gedoe bij de aangifte
De praktische oplossing is niet ingewikkeld: houd jaarlijks bij hoeveel er waar staat, op wiens naam, en welk deel feitelijk als schenking telt. Eén keer per jaar een snelle check voorkomt verrassingen.
Tel daar het moment van de 18e verjaardag bij op, plus het slim spreiden van grotere bedragen, en je bent al een heel eind. Praat jij hier thuis weleens over, of laat je het gewoon doorlopen? Laat het weten op onze sociale media.
Bron: monetary.nl




