In een klein Fries dorp groeide hij op, omringd door de waarden van een hecht gereformeerd gezin. Zijn naam galmde jarenlang door de Friese huiskamers, niet alleen vanwege zijn politieke opvattingen, maar ook vanwege zijn actieve rol in de journalistiek.

Zijn scherpe geest en uitgesproken standpunten maakten hem tot een opvallende verschijning in het politieke landschap van Den Haag.
Degenen die hem persoonlijk kenden, prezen zijn onafhankelijke instelling en zijn rotsvaste integriteit. Hij stond bekend als iemand die zich niet zomaar liet meeslepen door de waan van de dag. In zijn loopbaan liet hij zich niet alleen gelden in de politiek, maar drukte hij ook een stevig stempel op de journalistiek. Collega’s herinneren zich vooral zijn scherpe pen en duidelijke visie.
Beginjaren op het Friese platteland
Sytze Faber, voormalig Tweede Kamerlid voor het CDA en oud-burgemeester van Hoogeveen, is op 89-jarige leeftijd overleden. Het overlijden werd donderdag door zijn familie bekendgemaakt via een rouwadvertentie in NRC. Faber stierf in Leeuwarden, de stad waar hij een groot deel van zijn leven woonde.
Zijn wortels lagen diep in het Friese platteland. Hij groeide op in een gereformeerd gezin dat hem normen en waarden bijbracht die hem zijn hele leven zouden begeleiden. Zijn belangstelling voor politiek bracht hem naar de Vrije Universiteit in Amsterdam, waar hij politicologie studeerde.
In 1974 promoveerde hij, waarmee hij een belangrijke academische mijlpaal bereikte na intensief onderzoek.
Politieke loopbaan in Den Haag
Na zijn studie koos Faber ervoor om zijn kennis en overtuigingen te delen in het publieke domein. In 1977 deed hij zijn intrede in de Tweede Kamer als vertegenwoordiger van de Anti-Revolutionaire Partij (ARP), die later zou opgaan in het CDA.
Binnen de partij werd Faber gezien als iemand die zijn eigen koers bepaalde en niet bang was om tegen de stroom in te gaan.
Hij behoorde tot de progressievere vleugel en had moeite met de samenwerking tussen het CDA en de VVD onder leiding van premier Dries van Agt. Ondanks zijn kritische houding tegenover het kabinetsbeleid sloot Faber zich niet aan bij de zogenoemde loyalisten, een groep dissidente CDA-Kamerleden.
In plaats daarvan koos hij ervoor zelfstandig standpunten in te nemen, soms tegen het partijstandpunt in.
In 1979 liet Faber samen met negen andere CDA’ers van zich horen door zich uit te spreken tegen de plaatsing van Amerikaanse kruisraketten in Nederland. Ook speelde hij een belangrijke rol in debatten over wijzigingen in de Grondwet.
Zijn onafhankelijke opstelling leverde hem respect op, zowel binnen als buiten zijn partij.
Dubbele rol: politiek en journalistiek
Opmerkelijk aan Fabers carrière is dat hij zijn Kamerlidmaatschap combineerde met een journalistieke functie. Hij was samen met een collega hoofdredacteur van het Friesch Dagblad. In de huidige tijd zou zo’n combinatie veel discussie oproepen, maar volgens Faber was dit in de zuilentijd volstrekt normaal.
“Die combinatie met de politiek was toen volstrekt normaal: het was de zuilentijd en een zuilenkrant”, zei hij begin dit jaar nog in een interview met het Friesch Dagblad.
Burgemeester van Hoogeveen en de Zwolse affaire
In januari 1985 nam Faber afscheid van de Tweede Kamer. Hij koos voor een nieuwe uitdaging en werd benoemd tot burgemeester van Hoogeveen in Drenthe, een functie die hij dertien jaar lang bekleedde. Zijn periode als burgemeester verliep niet zonder incidenten. In 1988 raakte hij betrokken bij een opmerkelijke gebeurtenis in Zwolle.
Na een avond in een café ontstond er een conflict met een groep jongeren. Bij dit incident was ook Bert Smallenbroek, destijds burgemeester van Smallingerland, betrokken. Het voorval kreeg landelijke aandacht en werd al snel bekend als de ‘Zwolse affaire’.
Er werd zelfs gemeld dat Smallenbroek fysiek betrokken raakte bij de confrontatie.
De zaak was aanleiding voor ingrijpen van de minister van Binnenlandse Zaken. De rijksrecherche startte een uitgebreid onderzoek naar het incident. De uiteindelijke conclusie luidde dat beide burgemeesters geen strafbare feiten hadden gepleegd.
Toch noemde de minister het incident “te futiel, te miezerig” om tot ontslag over te gaan, hoewel beide mannen werden berispt omdat hun handelen reputatieschade opleverde voor hun ambt.
Smallenbroek besloot uiteindelijk zijn functie neer te leggen. Faber daarentegen behield het vertrouwen van de gemeenteraad van Hoogeveen en bleef burgemeester tot zijn afscheid in 1998.
Terugkeer naar de journalistiek
Na zijn burgemeesterschap keerde Faber terug naar zijn oude liefde: het schrijven. Bij het Friesch Dagblad verzorgde hij wekelijks een politieke column, waarin hij met scherpe analyses en een onafhankelijke toon het politieke en maatschappelijke klimaat beschouwde.
Zijn stukken werden door lezers gewaardeerd vanwege hun diepgang en reflectieve karakter.
In 2007 verscheen zijn boek De wet van de koestal. Gereformeerden in Den Haag. Hierin beschreef hij onder meer de totstandkoming van het vierde kabinet-Balkenende en ging hij dieper in op de rol van gereformeerden in de Nederlandse politiek.
Een leven lang betrokken
Tot op hoge leeftijd bleef Faber actief en betrokken bij maatschappelijke en politieke thema’s. Begin dit jaar blikte hij in een interview met het Friesch Dagblad nog terug op zijn bewogen carrière. Zijn beschouwingen werden door velen gewaardeerd en zijn onafhankelijke geest bleef tot het einde zichtbaar in zijn werk.
Donderdag kwam er een einde aan het leven van Sytze Faber, die tot het laatst betrokken bleef bij het publieke debat. Zijn overlijden op 89-jarige leeftijd in Leeuwarden werd bekendgemaakt via een rouwadvertentie, waarin het motto van Floor Wibaut bovenaan stond: “Er is maar één land: de aarde.
Er is maar één volk: de mensheid. Er is maar één geloof: de liefde.”
Met het overlijden van Faber verliest Nederland een markante persoonlijkheid, die jarenlang zijn eigen koers voer als politicus, burgemeester en journalist. Zijn vermogen om onafhankelijk te denken en te handelen, zelfs wanneer dat tegen de stroom inging, maakte hem tot een bijzondere verschijning.
Zijn nalatenschap leeft voort in de vele bijdragen die hij heeft geleverd aan het politieke en maatschappelijke leven.






