Tijdens een recente uitzending van Buitenhof presenteerde Sigrid Kaag haar visie op de kabinetsformatie met opvallende stelligheid. De D66-voorman stelde dat een minderheidskabinet van D66, VVD en CDA een logische uitkomst vormt van de verkiezingen. Die uitspraak riep onmiddellijk vragen op, omdat de feitelijke uitslag een complexer beeld laat zien. De verkiezingen van oktober 2025 leverden namelijk een gedeelde overwinning op. Zowel D66 als de PVV kwamen uit op exact 26 zetels.
Aanbevolen Video
Scroll om verder te lezen.
Die gelijke zetelstand maakt beide partijen tot co-winnaars van de verkiezingen. Daarnaast behaalde de VVD 22 zetels en kwam het CDA uit op 18. Samen met partijen als JA21, FVD, BBB en SGP lag er een duidelijke rechtse Kamermeerderheid binnen handbereik. De gezamenlijke optelsom van deze partijen kwam uit op 89 zetels. Daarmee was sprake van een ruime en stabiele meerderheid, die in theorie zonder moeite een kabinet had kunnen vormen.
Afwijzing van alternatieve route
Toch werd deze route tijdens de formatie bewust terzijde geschoven. In plaats van een meerderheidskabinet koos men voor een minderheidsconstructie met D66, VVD en CDA.
Deze combinatie beschikt samen over 66 zetels en is daardoor structureel afhankelijk van steun van buitenaf. Kaag omschreef deze keuze als logisch en verantwoord. Critici stellen echter dat hiermee een duidelijke parlementaire meerderheid onbenut bleef.
Onvrede onder kiezers groeit
De kwalificatie “logische uitkomst” leidde tot forse onvrede bij kiezers van meerdere partijen. Miljoenen stemmen gingen naar PVV, FVD, JA21 en BBB, partijen die nu volledig buitenspel staan.

Ook binnen de achterban van VVD en CDA bestaat traditioneel een sterk rechts profiel. Voor veel stemmers voelt het daarom alsof hun politieke voorkeur geen rol speelt in de machtsvorming. Dat sentiment voedt het wantrouwen richting de formatie.
D66 claimt leidende positie
Ondanks de gelijke uitslag met de PVV eist D66 een centrale rol binnen het nieuwe kabinet. De partij claimt het premierschap voor Rob Jetten en bepaalt in belangrijke mate de beleidsrichting.
VVD en CDA hebben zich daarbij neergelegd. Andere verkiezingswinnaars blijven structureel uitgesloten van invloed. Volgens critici staat deze gang van zaken haaks op beloften over politieke vernieuwing en openheid.
Terugkeer van oude patronen
De gekozen formatieconstructie roept herinneringen op aan klassieke achterkamertjespolitiek. Besluiten lijken opnieuw vooral buiten het zicht van de kiezer te worden genomen.

Transparantie en representatie staan onder druk, zo klinkt het in het politieke debat. De afstand tussen kiezer en bestuur lijkt hierdoor verder toe te nemen. Dat tast het vertrouwen in het democratisch proces aan.
Landsbelang als rechtvaardiging
Kaag benadrukte herhaaldelijk dat het landsbelang voorop moet staan bij de kabinetsvorming. Volgens haar rechtvaardigt dat een minderheidskabinet met een uitgesproken progressieve koers.
In de praktijk betekent dit dat het kabinet afhankelijk wordt van steun van andere partijen, waaronder GL-PvdA met 20 zetels. Critici vinden het opmerkelijk dat deze afhankelijkheid wordt verkozen boven een bestaande meerderheid aan de rechterkant van de Kamer.
Grootste partij blijft buiten beeld
De PVV eindigde met 26 zetels als grootste of gedeeld grootste partij, maar speelt geen enkele rol in de formatie. Die uitsluiting roept vragen op binnen het bredere politiek nieuws Nederland. Waarnemers wijzen erop dat representatie en mandaat hierdoor onder spanning komen te staan. Het gevoel overheerst dat politieke voorkeuren selectief worden meegewogen.
Discussie over legitimiteit houdt aan
De huidige kabinetsformatie blijft onderwerp van felle discussie. Voorstanders spreken van bestuurlijke noodzaak en stabiliteit, tegenstanders van kiezersverachting. De verkiezingsuitslag bood meerdere opties, maar slechts één werd benut.
Daarmee blijft de legitimiteit van het nieuwe kabinet ter discussie staan. De komende periode zal duidelijk maken hoe houdbaar deze constructie werkelijk is.










