Gerard Joling liet zich in de talkshow De Oranjewinter ongekend fel uit over het Nederlandse asielbeleid. Tijdens het gesprek klonk stevige kritiek op de gevolgen voor burgers. “Alles komt maar binnen in het land en je betaalt voor alles,” zei hij zichtbaar geërgerd. Volgens Joling draait de samenleving op voor de kosten. “Het gaat niet naar het werk, het trekt een uitkering, het kost geld en wij betalen er met z’n allen voor!”
Scroll om verder te lezen.
De uitspraken vielen tijdens een gesprek over politiek en woningnood, zo beschreef Mediacourant in een uitgebreid verslag. Joling spaarde daarbij geen enkele partij. Niet het kabinet, niet de overheid en ook asielzoekers niet. Hij schetste een land dat volgens hem op zijn grenzen stuit. De rekening, zo stelde hij, komt steeds vaker bij de eigen bevolking terecht.
Twijfels over leiderschap
De zanger begon met kritiek op de politieke leiding. Over het kabinet was hij uitgesproken scherp. “Ik vind het een slap ei. Zijn hele mentaliteit. Er zit niet echt power in,” zei hij. Volgens Joling ontbreekt daadkracht. Nederland heeft volgens hem leiders nodig die durven ingrijpen. “Ik moet er eentje hebben die gewoon de vuilnisemmers omgooit en gaat.”
Wilders als referentiepunt
Daarbij verwees hij naar Geert Wilders. “Zo’n Geert Wilders is ook entertainment, maar ik denk wel: je hebt gelijk.” Joling koppelde dat aan oplopende lasten voor burgers. “Alles komt maar binnen in het land en je betaalt voor alles. De belasting en alles gaat omhoog, de wegenbelasting.” Volgens hem raakt dat iedereen.

Woningnood raakt gezinnen
Volgens Joling hangt het asielbeleid direct samen met de woningcrisis. Hij ziet een duidelijk verband tussen instroom en schaarste. “Je eigen kind, broer, zuster, tante of oom of werkster kan niet eens een appartementje of huisje krijgen,” zei hij. Daarbij haalde hij Wilders’ slogan aan. “Dan hoor ik hem wel zeggen: Nederland op de eerste plaats en gaan gewoon!”
Grenzen aan opvang
Tegelijk benadrukte Joling dat hij niet tegen hulp aan echte vluchtelingen is. “Dat wil niet zeggen dat je geen mensen meer aan mag nemen uit oorlogsgebieden ofzo, maar we slaan vollédig door!” Volgens hem is het probleem gegroeid. “Het is ook iets van de laatste jaren, door al die mensen die maar binnenkomen, dat er een tekort is. We hebben het zelf gecreëerd.”
Persoonlijk voorbeeld
Om zijn punt te illustreren, noemde Joling iemand uit zijn omgeving. “Ik heb zelf namelijk een heel lieve interieurverzorgster, Roosje, en die staat al 27 jaar op de wachtlijst,” zei hij. Telkens hoort zij hetzelfde. “‘U staat bovenaan, mevrouw De Jong! O, er komt net weer een gezin uit Huppeldekut of weet-ik-veel-waarvandaan!’” Die situatie vindt hij onverteerbaar.

Geen terughoudendheid
Joling erkende de gevoeligheid van zijn woorden, maar temperde zijn toon niet. “Niemand durft dat te zeggen, maar ik heb er schijt aan!” zei hij. Hij benadrukte de menselijke gevolgen. “Het zijn ook jouw familieleden en misschien ook wel kinderen van je broer of je zus.” Over lange wachttijden zei hij: “Als je heel lang wacht, daar word je toch dood- en doodziek van?”
Harde conclusie
Aan het slot werd hij nog scherper. “Je hebt 90 procent dat laagopgeleid is wat allemaal uit Timboektoe en weet ik veel waar het vandaan komt!” stelde hij. Volgens hem werkt deze groep niet. “Het gaat niet naar het werk, het trekt een uitkering, het kost geld en wij betalen er met z’n allen voor!” Zijn oordeel was duidelijk. “Er moet echt een stop op gezet worden!”










