Het fictieve rendement waarover beleggingen in box 3 in 2027 worden belast, staat vast. Wie een tweede woning bezit, of vermogen heeft in aandelen, obligaties of cryptovaluta, krijgt te maken met een verondersteld rendement van 6,37 procent. Dat percentage vormt de basis voor de belastingheffing en ligt opnieuw hoger dan in eerdere jaren. Daarmee neemt de druk op particuliere beleggers verder toe, vooral voor mensen met omvangrijk vermogen buiten de eigen woning.

Forse stap omhoog volgens adviseur
Belastingadviseur Cor Overduin spreekt van een duidelijke verhoging ten opzichte van het huidige niveau. Dit jaar rekent de fiscus nog met een fictief rendement van 6 procent.
Bij de belastingheffing over vermogen maakt de Belastingdienst gebruik van zogenoemde forfaits, waarmee vooraf wordt aangenomen welk rendement iemand behaalt. Dat aangenomen rendement vormt vervolgens de grondslag voor de belasting die moet worden betaald.
Rekenvoorbeeld voor beleggers
Wie volgend jaar bijvoorbeeld 100.000 euro aan aandelen bezit, wordt geacht daarop 6,37 procent winst te maken. Over dat bedrag heft de fiscus vervolgens 36 procent belasting.
In de praktijk betekent dit dat beleggers belasting betalen over inkomsten die zij mogelijk helemaal niet hebben gerealiseerd. De forfaitaire rendementen zijn de afgelopen jaren sterk opgelopen, waardoor ook de belastingdruk op vermogenswinsten zichtbaar is toegenomen.
Cijfers uit het verleden leidend
Volgens Overduin is het forfaitair rendement gebaseerd op historische ontwikkelingen, waaronder prijsstijgingen op de huizenmarkt en de prestaties van aandelen. Voor het rendement dat in 2027 wordt gebruikt, kijkt de Belastingdienst naar cijfers uit 2025. Daardoor spelen economische omstandigheden uit het verleden een grote rol bij de huidige belastingheffing, ook als de werkelijkheid inmiddels is veranderd.

Sterke indexstijgingen werken door
„De aandelenindex die de fiscus gebruikt, steeg vorig jaar ruim 21 procent. En de vastgoedindex ongeveer 8,5 procent. Dit soort stijgingen werkt dus behoorlijk door in het rendement waarmee de fiscus rekent.” Die sterke stijgingen vertalen zich direct in hogere forfaits, ook al maken lang niet alle beleggers vergelijkbare winsten in hun eigen portefeuille of vastgoedbezit.
Correctie via hoogste rechter
Niet iedere belegger zal uiteindelijk belasting betalen over een rendement van 6,37 procent. De Hoge Raad oordeelde eerder dat forfaitaire rendementen in sommige gevallen oneerlijk uitpakken. Volgens de rechter kan dat in strijd zijn met mensenrechten, waardoor belasting moet aansluiten bij het daadwerkelijk behaalde rendement, in plaats van bij een veronderstelling.
Mogelijkheid tot tegenbewijs
Beleggers die minder rendement behalen dan het vastgestelde forfait, kunnen achteraf aantonen dat zij te veel belasting hebben betaald. Dat gebeurt via een speciaal online formulier bij de Belastingdienst. Overduin verwacht dat veel mensen hiervan gebruik zullen maken, omdat het forfait voor 2027 opnieuw stijgt. „Lang niet iedereen maakt een rendement van 6,37 procent,” zegt hij daarover.
Beperkingen bij vastgoedbezit
Voor bezitters van vastgoed pakt de tegenbewijsregeling minder gunstig uit. Zowel huurinkomsten als de waardestijging van een pand tellen mee bij het bepalen van het werkelijke rendement. Kosten die worden gemaakt, mogen daarbij niet worden afgetrokken. Voor beleggers in aandelen is het doorgaans eenvoudiger om aan te tonen dat het daadwerkelijke rendement lager lag dan het forfaitaire percentage.
Geen extra belasting bij hogere winst
Opvallend is dat beleggers die in 2027 juist meer rendement behalen dan 6,37 procent, daarover geen extra belasting betalen. Ook in dat geval blijft de heffing beperkt tot het fictieve rendement. Het systeem werkt daardoor alleen corrigerend wanneer het daadwerkelijke rendement lager uitvalt dan de veronderstelling van de fiscus.

Vooruitblik op nieuw stelsel
Als de wetgeving volgens planning verloopt, komt er na 2027 een einde aan het gebruik van de meeste forfaits. Vanaf 2028 moet een nieuw box 3-stelsel ingaan, mits zowel de Eerste als de Tweede Kamer tijdig instemmen. In dat systeem betalen beleggers in principe alleen belasting over rendement dat daadwerkelijk is behaald.
Twijfels over realiteitswaarde
„Hopelijk is 2027 het laatste jaar waarin we moeten werken met een forfaitair rendement”, stelt Overduin. Volgens hem sluiten deze aannames nauwelijks aan bij de werkelijkheid. „Want wat zeggen cijfers uit 2025 nu over je rendement in 2027?” Daarmee blijft de discussie over rechtvaardige belastingheffing op vermogen voorlopig onverminderd actueel.










