Gemeenten verwachten dit jaar gezamenlijk 15,3 miljard euro op te halen via gemeentelijke belastingen en heffingen. Dat bedrag ligt 6,5 procent hoger dan vorig jaar en overstijgt ruimschoots de geraamde inflatie. De Nederlandsche Bank gaat uit van een gemiddelde inflatie van 2,4 procent. De cijfers zijn afkomstig uit recente gemeentelijke begrotingen van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Daarmee wordt zichtbaar hoe stevig lokale lasten blijven toenemen.

Hoewel de lasten opnieuw fors stijgen, ligt het tempo lager dan vorig jaar. In 2025 namen de gemeentelijke inkomsten uit heffingen nog met acht procent toe. Op langere termijn blijft de groei echter uitgesproken. In 2016 haalden gemeenten samen 9,1 miljard euro op. Sinds dat jaar zijn de opbrengsten met ruim 68 procent gestegen. De ontwikkeling onderstreept de toenemende financiƫle druk op huishoudens en bedrijven.
Belangrijkste inkomstenbronnen
De grootste bijdrage komt van enkele vaste pijlers binnen de gemeentelijke belastingen. De onroerendezaakbelasting vormt al jaren de belangrijkste inkomstenbron voor gemeenten. Daarnaast leveren afvalstoffenheffing, rioolheffing en parkeerheffing aanzienlijke bedragen op. Ook toeristenbelasting en leges winnen aan belang binnen gemeentelijke begrotingen. Vooral in grotere steden groeit het aandeel van deze posten zichtbaar.
Hogere ozb voor huiseigenaren
De opbrengst uit de onroerendezaakbelasting stijgt dit jaar naar 6,4 miljard euro. Huiseigenaren betalen gemiddeld 5,1 procent meer dan vorig jaar. Voor eigenaren van ander onroerend goed ligt de stijging met 7,7 procent nog hoger. Daarmee blijft de onroerendezaakbelasting een steeds zwaardere last binnen de lokale heffingen. Gemeenten gebruiken deze inkomsten vaak om begrotingstekorten te beperken.
Grote verschillen tussen gemeenten
Hoe hoog de ozb precies uitvalt, verschilt sterk per gemeente. Niet alle gemeenten hebben hun tarieven al vastgesteld. Vereniging Eigen Huis voerde daarom een steekproef uit onder een aantal gemeenten. Alphen aan den Rijn springt daarbij opvallend in het oog. Huiseigenaren betalen daar gemiddeld 39 procent meer, wat neerkomt op circa 474 euro tegenover 340 euro vorig jaar.
Meer stijgingen buiten de Randstad
Ook buiten de Randstad nemen de lasten stevig toe. In gemeenten als Maasgouw, Voorst en Rozendaal stijgt de ozb eveneens fors. Van de vier grote steden laat Utrecht de sterkste groei zien. In Rotterdam en Amsterdam blijft de stijging iets gematigder. Dat blijkt uit cijfers waarover De Telegraaf eerder berichtte. Toch blijven ook daar de absolute bedragen aanzienlijk.

Druk op automobilisten
Niet alleen huiseigenaren merken de hogere gemeentelijke belastingen. Automobilisten worden eveneens geconfronteerd met stijgende kosten. De opbrengst uit parkeerheffingen groeit met bijna 8,8 procent tot ruim 1,6 miljard euro. Vooral Amsterdam en Rotterdam dragen bij aan deze toename. In Amsterdam stijgen de opbrengsten met 43,1 miljoen euro. Rotterdam volgt met een extra 14,6 miljoen euro.
Uitbreiding betaald parkeren
De sterke groei in Amsterdam hangt samen met beleidskeuzes. De uitbreiding van betaald parkeren levert de gemeente aanzienlijk meer inkomsten op. Steeds meer wijken vallen onder het betaald parkeerregime. Hierdoor betalen automobilisten vaker en langer parkeergeld. Deze ontwikkeling maakt parkeerheffing tot een belangrijk instrument binnen stedelijke financiering. De opbrengsten worden ingezet voor uiteenlopende gemeentelijke doelen.
Toeristenbelasting fors omhoog
Ook toeristen dragen meer bij aan de gemeentekas. De toeristenbelasting stijgt dit jaar met negen procent tot 654 miljoen euro. Amsterdam neemt daarvan met 276 miljoen euro het grootste aandeel voor zijn rekening. Daarmee blijft de hoofdstad veruit de belangrijkste ontvanger van toeristische heffingen. De combinatie van toeristenbelasting en parkeerinkomsten levert Amsterdam bijna 120 miljoen euro extra op ten opzichte van 2024.
Grenzen bij afval en riool
Niet alle heffingen kunnen onbeperkt stijgen. De afvalstoffenheffing neemt dit jaar met 5,1 procent toe. De rioolheffing stijgt met 5,3 procent. Voor deze heffingen geldt dat gemeenten niet meer mogen vragen dan de gemaakte kosten. Dat onderscheidt deze posten van de onroerendezaakbelasting en parkeerheffing. Die bieden gemeenten meer financiƫle ruimte binnen hun begrotingen.
Vrije besteding van opbrengsten
De opbrengsten uit ozb en parkeergelden kennen geen directe kostendekkende beperking. Gemeenten gebruiken deze inkomsten vaak om begrotingen sluitend te maken. Daarnaast worden beleidsplannen en investeringen ermee gefinancierd. In tijden van stijgende kosten biedt deze flexibiliteit gemeenten belangrijke ademruimte. Tegelijkertijd leidt dit tot een hogere lastendruk voor inwoners en ondernemers binnen de gemeentegrenzen.

Sterke groei leges
Ook leges leveren gemeenten steeds meer op. Volgens het CBS stijgen de opbrengsten uit secretarieleges met 15,7 procent. Die stijging hangt samen met het verlopen van reisdocumenten. Eerder werd de geldigheid van paspoorten verlengd van vijf naar tien jaar. Nu veel documenten opnieuw moeten worden aangevraagd, nemen de legesinkomsten merkbaar toe binnen de gemeentelijke begrotingen.
Structurele trend zichtbaar
De cijfers laten zien dat de stijging van gemeentelijke belastingen geen tijdelijke ontwikkeling is. Over meerdere jaren bezien is sprake van een structurele groei. Gemeenten worden steeds afhankelijker van lokale heffingen. Tegelijkertijd blijven inwoners geconfronteerd met hogere lasten. De balans tussen noodzakelijke financiering en betaalbaarheid blijft daarmee een terugkerend spanningsveld in het lokale bestuur.










