De eerste echt zonnige dagen zijn ieder jaar weer hetzelfde: ineens zie je overal kruiwagens, stapels potgrond en mensen die met een koevoet tegels uit de tuin wippen. De grote voorjaarsschoonmaak verplaatst zich naar buiten. En dat is goed nieuws, want een groener Nederland begint vaak gewoon achter de eigen achterdeur.

Toch gebeurt er iets geks: veel huishoudens betalen die vergroening volledig zelf, terwijl er in opvallend veel gemeenten gewoon subsidie klaarstaat. Lokale overheden willen graag dat tuinen minder steen en meer leven krijgen, maar een flink deel van het geld blijft jaarlijks liggen.
Minder groen rond woningen
Steeds meer mensen kiezen voor een tuin die weinig onderhoud vraagt: tegels, grind of kunstgras. Handig op korte termijn, maar het maakt de buurt ook een stukje stiller. Minder planten betekent minder insecten, vogels en andere kleine dieren.
Daarnaast heeft verharding invloed op water. Regen kan moeilijker de grond in, waardoor het sneller richting riool gaat. Bij stevige buien kan dat leiden tot overbelasting en wateroverlast op straat. Groen werkt dan juist als een soort spons.
Groen per woning neemt snel af
Onderzoek naar grote gemeenten laat zien dat het aandeel groen rond woningen in korte tijd hard is teruggelopen. In vijf jaar tijd ging het gemiddeld om een daling van ruim 24 procent groen per woning. Dat is niet een beetje, dat is een duidelijke trend.
Met andere woorden: steeds meer particuliere tuinen veranderen in verharde vlaktes met nauwelijks beplanting. Gemeenten proberen die beweging te keren door bewoners een financieel zetje te geven. Alleen weet lang niet iedereen dat.
Steeds meer gemeenten bieden subsidie
Nederland heeft 342 gemeenten en inmiddels heeft een groot deel daarvan een regeling voor tuinvergroening. In meer dan tweehonderd gemeenten kun je geld terugkrijgen voor maatregelen die je tuin groener en slimmer maken. Dat aantal groeit elk jaar.
Toch zijn de verschillen per regio groot. In sommige provincies is subsidie bijna overal beschikbaar, terwijl andere gebieden achterblijven. Flevoland is daarbij opvallend: daar zijn momenteel geen gemeenten met een specifieke subsidiepot voor tuinvergroening.

Subsidies richten zich op regenwater en biodiversiteit
Veel regelingen zijn gericht op het slimmer omgaan met regenwater. Denk aan het afkoppelen van een regenpijp: het water gaat dan niet meer het riool in, maar de tuin in. Daardoor kan het wegzakken in de bodem.
Een andere bekende maatregel is de regenton. Daarmee vang je regenwater op voor je planten, en dat wordt op veel plekken (deels) vergoed. Ook het vervangen van tegels door groen, het aanleggen van een regentuin of een geveltuintje komt vaak in aanmerking.
Wat levert het financieel op?
Hoeveel subsidie je krijgt, verschilt per gemeente en per maatregel, maar er zijn duidelijke lijnen. Voor het verwijderen van tegels en het aanleggen van beplanting wordt vaak een bedrag per vierkante meter gegeven, meestal tussen de 10 en 25 euro.
Groene daken en geveltuintjes worden ook regelmatig ondersteund, vaak met bedragen van ongeveer 20 tot 40 euro per vierkante meter. Dat soort oplossingen heeft een extra voordeel: het helpt niet alleen de natuur, maar geeft ook verkoeling en kan zelfs isoleren.
Hoe zo’n regeling er in de praktijk uitziet
In sommige gemeenten is het heel concreet: haal je tegels eruit, dan krijg je bijvoorbeeld 15 euro per vierkante meter terug. De maximale vergoeding kan oplopen tot rond de 1.500 euro, waardoor je ineens een groot deel van de kosten gedekt hebt.
Vaak moet je wel aantonen dat je de klus echt hebt gedaan. Denk aan foto’s van vóór en na, en soms een factuur van planten, materialen of een hovenier. Gemeenten gebruiken dat om te controleren en de subsidie netjes toe te kennen.

Waarom zo veel subsidie ongebruikt blijft
Het opvallendste cijfer: veel bewoners kennen de regeling simpelweg niet. Uit onderzoek blijkt dat ongeveer 79 procent van de mensen die hun tuin aanpassen alles zelf betaalt, omdat ze niet wisten dat hun gemeente geld beschikbaar heeft.
Gemeenten zetten de informatie meestal op hun website of in een nieuwsbrief, maar dat bereikt lang niet iedereen. En als je al druk bent met plannen maken, dan zoek je niet automatisch naar ‘subsidie tuin tegels eruit’.
Tuinen zijn belangrijker dan je denkt
Particuliere tuinen lijken klein, maar samen zijn ze enorm. Nederland telt naar schatting zo’n 5,5 miljoen tuinen. Bij elkaar is dat een oppervlak dat te vergelijken is met tienduizenden voetbalvelden. Daar zit dus echte invloed.
Als een deel daarvan vergroent, merk je dat in de hele buurt: meer koelte op warme dagen, meer plekken voor bijen en vlinders, en minder regenwater dat in één keer het riool instroomt. Groen is niet alleen mooi, het werkt.
Let op: regels verschillen per gemeente
De ene gemeente beloont vooral wateropvang, de andere richt zich op biodiversiteit of het ‘ontstenen’ van tuinen. Het kan dus gebeuren dat dezelfde maatregel in gemeente A goed wordt vergoed, terwijl je in gemeente B niks krijgt.
Daar komt bij dat veel gemeenten met een subsidieplafond werken: op is op. Wie serieus plannen heeft om dit voorjaar te vergroenen, doet er dus slim aan om op tijd te checken wat er mogelijk is en welke voorwaarden gelden.
Groene tuinen als onderdeel van klimaatbeleid
Steeds meer gemeenten zien tuinvergroening als een praktisch onderdeel van hun klimaatplannen. Logisch ook: straten en wijken moeten beter tegen hitte en hoosbuien kunnen, en de ruimte daarvoor ligt vaak gewoon bij bewoners zelf.
Als meer mensen gebruikmaken van subsidies die er toch al zijn, kan dat op grote schaal verschil maken. Heb jij al eens gekeken of jouw gemeente meebetaalt? Laat vooral op onze social media weten wat jij in jouw tuin zou aanpakken.
Bron: infovandaag.nl


